India bouwt aan groei duurzame energie

zonne-energie-in-india
De Indiase regering heeft deze week het groene licht gegeven aan projecten die een totaal van 1000 MW (1 GW) aan zonne-energie capaciteit behelzen. Doel is deze de komende twee jaar te realiseren. Daarbij gaat het om 500 MW aan PV-installaties voor de opwekking van stroom en 500 MW aan zonne-thermische installaties.
De Indiase minister van Duurzame Energie, Farooq Abdullah, zei deze week dat India verder ook initiatieven op kleinere schaal ontwikkelt. Zo zal een project van start gaan gericht op de elektriciteitsproductie uit golven (totaal 100 MW) en zullen meer dan 100 telecom torens voorzien worden van zonnepanelen ter vervanging van dieselgeneratoren die zorgen voor koeling.
De plannen passen binnen de doelstellingen van India om in 2020 een capaciteit van 20.000 MW (20 GW) aan zonne-energie te hebben opgebouwd.

bron: www.duurzameenergiethuis.nl

Toekomstvisie Nieuw Stroomland klaar

nieuw_stroomland
Nieuw Stroomland wordt grootste ontwikkellocatie voor duurzaam wonen, werken en recreëren in Fryslân

Het gebied ten zuidwesten van Leeuwarden (Nieuw Stroomland) wordt de komende jaren de grootste ontwikkellocatie voor duurzaam wonen, werken en recreëren in Fryslân. De gemeenten Leeuwarden, Littenseradiel en Menaldumadeel hebben onder regie van de provincie Fryslân en met steun van het ministerie van VROM een toekomstvisie opgesteld. Gedeputeerde Hans Konst benadrukt het belang van de samenwerking: ‘De plattelandsgemeenten zijn ervan overtuigd dat ze baat hebben bij een gezonde ontwikkeling van de stad. Leeuwarden heeft belang bij een gezond platteland en levendige dorpen.’ Leeuwarden kan zich de komende jaren ontwikkelen met behoud van en ruimte voor versterking van de kwaliteiten van het omliggende gebied.

Nieuw Stroomland verandert de komende jaren ingrijpend door nieuwe woningbouw, bedrijvigheid, infrastructuur, recreatie en landschap. Stad en platteland gaan elkaar meer versterken. Recreatie, water en natuur krijgen een belangrijke plaats en de overgangen van stad naar platteland en omgekeerd worden vloeiend. Daarbij veranderen industrieterreinen met harde overgangen naar het platteland in aantrekkelijke stadsgezichten. Het gebied grenst in het noorden aan Marssum en Leeuwarden. Westelijk raakt het Deinum en Boksum en in het oosten de Drachtsterweg. De zuidgrens ligt bij Wirdum en Weidum.

In Nieuw Stroomland heeft de aanleg van de nieuwe rijksweg, de Haak, een belangrijke rol. Aan de stadsrandkant van de Haak wordt ingezet op nieuwe stedelijke functies. Zoals een energiepark, uitbreiding van de Newtonparken en nieuwe locaties voor duurzame bedrijven, station Werpsterhoek, woonfuncties en de Dairy Campus. Deze campus is het kennisinstituut voor innovatieve landbouw. En vormt daardoor de schakel met het (landbouw)gebied buiten de Haak. Buiten de Haak wordt het landschap zoveel mogelijk behouden, de cultuurhistorie versterkt, onderling met elkaar verbonden en toegankelijker gemaakt.

De intergemeentelijke structuurvisie geeft de ambities van drie gemeenten weer voor de komende 10 jaar en bevat ook een doorkijk naar de periode daarna. De gezamenlijke visie is het uitgangspunt voor de uitvoering van activiteiten. Het moet ertoe leiden dat van bestaande ontwikkelingen optimaal wordt geprofiteerd en nieuwe activiteiten worden uitgelokt. Het plan ligt vanaf 9 september tot en met 21 oktober ter inzage. De stukken kunt u downloaden via www.nieuwstroomland.nl (opent in nieuw venster). Geïnteresseerden zijn welkom op de informatieavond op 14 september aanstaande om 19.30 uur in het Holt in Deinum.

Duurzaam project uitgelicht: Natuur & Milieu Centrum Weizigt te Dordrecht

Door ing. T. Versluis (ontwerp) en drs. Ing. D.B. Mosterd (auteur); van Van der Kooy en Verhoef Management en Consultancy bv (KVMC)

Weizigt Natuur- & Milieucentrum ontwikkelt zich voortdurend. Behalve op de toeristisch-recreatieve functie richt het centrum zich steeds nadrukkelijker op duurzaamheid. Duurzaam denken en handelen staan centraal in concrete leersituaties, zoals in lesprogramma’s voor scholieren. Om deze ambitie nog beter te kunnen invullen, is besloten de huidige accommodatie van de stadsboerderij te vervangen door een nieuw, multifunctioneel gebouw waarin de boerderij een plek krijgt. Het Natuur- & Milieu centrum Weizigt wordt op vele terreinen een voorloper in innovatieve, duurzame toepassingen. Zij heeft daarin een voorbeeldfunctie, maar evengoed een educatieve en inspirerende rol. In december 2009 is de eerste paal geslagen en in het najaar van 2010 dienen alle uitvoeringswerkzaamheden afgerond te zijn. KVMC (Van der Kooy en Verhoef Management en Consultancy bv)heeft in opdracht van de Gemeente Dordrecht / Ingenieursbureau Drechtsteden) het installatieadvies verzorgt. Het gebouw zal energetisch CO2-neutraal zijn dankzij integratie van gebouw- en installatieontwerp.

In dit artikel wordt uiteengezet welke benadering KVMC toepast om te komen tot een dergelijk duurzaam ontwerp. Daarnaast zal worden toegelicht dat deze benadering voor elk installatieontwerp kan worden toegepast om te komen tot een goede representatie van kosten en energiegebruik.

Trias energetica & Passief huis principe
De vraag vanuit de Gemeente Dordrecht aan KVMC was een installatieontwerp te maken welke energetisch een zo laag mogelijke CO2-uitstoot produceert. Om dit te realiseren heeft KVMC de trias energetica als grondslag gebruikt. Dit houdt in dat de energievraag op basis van drie principes, in volgorde, worden toegepast. In figuur 1 zijn deze principes te zien en toegelicht.

Trias Energetica
bron: ECN

Eerst wordt er zoveel mogelijk ingezet op energiereductie, vervolgens op duurzame energiebronnen en voor de resterende energievraag fossiele brandstoffen zo efficiënt mogelijk inzetten. Toepassen van de trias energetica zal leiden tot de laagste CO2-uitstoot. Uit principe 1, energiebesparing, is af te leiden dat alleen een innovatief installatieconcept niet voldoende is, maar geïntegreerd zal moeten zijn met een innovatief gebouwontwerp. De Trias energetica is echter een filosofie en nog geen aanpak om te komen tot het best passende installatieontwerp. Daarom heeft KVMC, samen met architect ir. Mazin Abdullsada van Ingenieursbureau Drechtsteden het passief huis principe toegepast als uitgangspunt.

Het passief huis principe kan gezien worden als een uitwerking van de Trias energetica waarin installatie- en gebouwontwerp geïntegreerd worden ontworpen met als belangrijkste uitgangpunten:
• Minimaal energiegebruik met maximaal comfort
• Maximaal 15 kWh/m2 energie voor ruimteverwarming
• Geen actieve koeling

Bovenstaande uitgangspunten stellen hele hoge eisen aan de gebouwschil. Ter vergelijking: een nieuwbouwwoning heeft een verwarmingsvraag van ongeveer 50 kWh/m2. Daarnaast is de oriëntatie van de glaspartijen voor zonwarmte invang in de winter en goede ventilatie voor koeling in de zomer van groot belang bij een passief huis concept.

Stadboerderij Weizigt
Hieronder is een model te zien van het gebouwontwerp. De grote glaspartij is georiënteerd op het zuiden functionerend als serre welke zonstraling invangt in de winter (als de zon laag aan de horizon staat) en zonstraling tegenhoudt in de zomer (als de zon hoog aan de horizon staat) door natuurlijk overstek en reflecterende zonluiken. Deze zonluiken kunnen de serre spuien, samen met toevoerroosters onderin. Daardoor ontstaat een natuurlijke trek, waardoor oververhitting in de zomer grotendeels voorkomen wordt. De gevels met een warmteweerstandsgetal van Rc=10 zorgen ervoor dat het pand minder energie voor verwarming nodig heeft.

Het gebouw is opgetrokken uit duurzame materialen, zoals hout en glas. De klimaatzone fungeert als een bufferzone in de isolatie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van natuurlijke energiebronnen, zoals zonnewarmte. De ligging van het gebouw en de ronding van de glazen constructie benutten dit optimaal: het haalt de lage winterzon binnen, terwijl de hoge zomerzon wordt weggehouden. Zo profiteert men ’s winters van de warmte van de zon en ’s zomers houdt men de (ergste) warmte buiten.
Stadsboerderij Weizicht
Stadsboerderij Weizicht
bron: Ingenieursbureau Drechtsteden

Zuinig met water
Het regenwater wordt voor een groot gedeelte opgevangen door het mossedum-dak. Er is daarom weinig afvoer nodig. Het overtollige hemelwater wordt gebruikt in de luchtbehandelingkast, hierover hieronder meer.

Grijswatersysteem
In de oorspronkelijke plannen was een helofytenfilter opgenomen om afvalwater te zuiveren en te hergebruiken als spoelwater voor toiletten. Dit is komen te vervallen; het zou ten koste gaan van de ruimte voor de dieren. In plaats daarvan wordt een grijswatersysteem geïnstalleerd. Dat gebruikt door het groendak opgevangen regenwater om de toiletten door te spoelen. Indien nodig wordt dit aangevuld met opgepompt grondwater.

Verschillende installatieconcepten
Globaal moet het ontwerp voorzien in verwarming en ventilatie van het pand. Door toepassing van de serre is echter, ondanks de spuivoorzieningen en overstek, een risico op temperatuuroverschrijding waardoor een vorm van koeling noodzakelijk is. In warm tapwater moet ook worden voorzien, echter speelt deze energetisch vrijwel geen rol, aangezien het een bezoekerscentrum zonder woonfunctie betreft.

Tegenwoordig zijn er, alhoewel nog niet grootschalig toegepast, talloze duurzame en/of energiezuinige alternatieven op de markt voor verwarmen, ventileren en koelen. Daarnaast is er een focus op lage CO2 uitstoot en is er geen onbeperkt budget. Hoe vindt men nu het best passende installatieconcept?

De eerste stap is het combineren van installaties tot een installatieconcept welke technisch goed bij elkaar passen. Bijvoorbeeld bij het toepassen van een warmtepomp past lage temperatuur verwarming. Past men dit toe in de vorm van vloerverwarming en bij het gebruik van de grond als bron, kan daarmee ook gekoeld worden. Op deze manier kunnen er meerdere installatieconcepten opgesteld worden. Om een goede vergelijking te maken wordt elk installatieconcept vergeleken met een conventioneel installatieconcept, welke bestaat uit standaard techniek. In dit geval een CV ketel, Dx koeling en ventilatie met een warmtewiel .

De tweede stap is het opstellen van een energieketen voor alle installaties. Hierin worden alle in en uitgaande energieconversies en -stromen in kaart gebracht met in achtneming van de rendementen en COP’s. De CO2 uitstoot en kosten per Kwh warmtevraag kunnen daarmee berekend worden.

De derde stap is het doorrekenen van de verschillende installatieconcepten op energetische prestatie, CO2 uitstoot en kosten. Daarbij wordt The Total Cost of Ownership (TCO) methode toegepast. Dat houdt in dat naast de investering , de energie & onderhoudskosten over de gehele levensduur van de installatie worden meegenomen, inclusief rentevoet, inflatie en energieprijsstijgingen. Deze methode maakt beter inzichtelijk wat het voordeel is van een energiezuinige installatie. Om elke installatie op dezelfde manier door te rekenen wordt de TCO genomen over 15 jaar.

Zo ontstaat er een overzicht waarin verschillende mogelijke installatieontwerpen eenduidig vergeleken kunnen worden. Het is daarbij belangrijk bij elk installatieconcept ook niet kwantificeerbare kenmerken zoals het comfort te vermelden .
Warmtepomp niet altijd gunstig
Een van de installatieconcepten bestond uit het toepassen van een elektrische warmtepomp met de bodem als bron. Deze vorm van lange termijn energie opslag (LTEO) lijkt een voor de hand liggende energiezuinige optie. Er dient daarbij rekening gehouden te worden met een thermische balans in de grond, wat verplicht wordt door de provincie. Door de zeer goede isolatie van het pand is echter de koelvraag in de zomer hoger dan de warmtevraag in de winter. Om de thermische balans in de winter te herstellen moet er meer koude in de bodem gebracht worden middels een energiedak.

Daarnaast betrekt de warmtepomp elektrische energie, wat per kilo Wattuur duurder is dan een (omgerekende) kilo Wattuur aardgas. Hierdoor wordt de energiebesparing van een warmtepomp deels gecompenseerd door een hogere prijs per kilo Wattuur. Dit samengenomen met de meerinvestering voor het energiedak zorgt ervoor dat de installatie niet binnen de gemiddelde levensduur van vijftien jaar terugverdiend kan worden. Een heel goed geïsoleerd gebouw gaat daarom niet altijd goed samen met een warmtepomp! In totaliteit is er echter wel minder primaire energie nodig, waardoor een warmtepomp de CO2 uitstoot wel aanzienlijk verlaagd.

Vergelijking en keuze van een installatieconcept
Uiteindelijk zijn er twee veelbelovende installatieconcepten vergeleken met een conventionele installatie. Het eerste concept bestaat uit:

  • Een warmtepomp met een grondbron
  • Ventilatie met hoog rendement warmteterugwinning.
  • Energiedak voor de regeneratie van de bron.
  • PV dak voor de warmtepomp
  • Het tweede concept bestaat uit:

  • Een HR houtpellet installatie
  • Ventilatie met hoog rendement warmteterugwinning en adiabatische koeling
  • PV dak voor de ventilatie unit.
  • Deze concepten zijn vergeleken met een conventionele installatie en weergegeven in onderstaande grafiek. Op de x-as staan de totale energiekosten en onderhoud voor vijftien jaar. Op de y-as staat de totaal investering voor de installaties. De grootte van de cirkel geeft de CO2 uitstoot aan.

    Duidelijk te zien is dat de conventionele installatie de laagste investering en de hoogste energiekosten en CO2 uitstoot geeft. Daarnaast is de zien dat het tweede concept CO2 neutraal is, doordat gebruik gemaakt wordt van biomassa voor verwarming, water voor koeling en zonlicht voor de aandrijving van het ventilatiesysteem. Omdat bij de gemeente Dordrecht een sterke focus is op CO2 reductie is uiteindelijk gekozen voor dit concept.

    Conclusie
    Voor elk nieuw project zal opnieuw beoordeeld moeten worden wat de mogelijke installatieconcepten zijn. Door deze op een overzichtelijke en complete wijze met elkaar te vergelijken is het mogelijk om gefundeerde keuzes te maken, of de focus nu op energiebesparing, CO2 uitstoot of investeringskosten ligt.

    Collectoren vervangen verwarming in winter en airco in zomer

    De Nederlandse fabrikant HR Solar heeft een gebouw voorzien van zonnecollectoren die niet alleen warmte leveren in de winter, maar in de zomer ook energie om te koelen.

    Zonnecollectoren

    Het bedrijf plaatste op een bedrijfspand van JS Laadtechniek in Barendrecht 36 zonnecollectoren met een thermisch piekvermogen van 70 kW. Deze verwarmen het pand via vloerverwarming als het buiten koud is. Op warme dagen, wanneer normaal gesproken de airconditioning zou worden ingeschakeld, drijft de warmte van de collectoren een adsorptiekoelmachine aan van 8 kW.
    De machine bevat een reservoir waaruit water verdampt door de toegevoerde warmte. Het overblijvende water koelt hierdoor af en is te gebruiken voor koeling van het gebouw. De waterdamp wordt opgenomen door silicagel. Als de gel is verzadigd, zorgt de warmte van de zonnecollectoren ervoor dat die weer opdroogt en zo zijn werking terugkrijgt. Het water wordt weer vloeibaar in een condensor en gaat terug naar het reservoir.

    Het adsorptiekoelsysteem vervangt een conventionele airconditioning, waardoor het energiegebruik van het gebouw omlaaggaat. Met het project test HR Solar het principe in een praktijksituatie. ‘We willen hiervan leren hoe de systemen het best zijn toe te passen. Kloppen de theoretische vermogens die de fabrikant geeft, wel in een praktijksituatie?’, laat ing. Luuk Tetteroo van HR Solar weten. Het gebruik van zonnewarmte om te koelen is logischer dan op het eerste gezicht lijkt: in perioden dat de zon het meeste schijnt, is ook de vraag naar koeling ook het grootst.

    bron: de ingenieur

    Een alternatief voor windmolens?

    Sommigen vinden windmolens een vorm van horizonvervuiling. Een voor Masdar City ontworpen concept, ‘Windstalk’ genaamd, moet daar verandering in brengen. Het ontwerp is geinspireerd op de manier waarop graan in de wind beweegt. De palen zijn 55 meter hoog en zijn gemaakt van met hars verstevigd carbonfibre. De energie wordt opgewekt door middel van piezoelectrische schijven en elektrodes, de opgewekte energie wordt opgeslagen in batterijen. Bovenop de palen worden LED lampen geplaatst om te tonen of de palen energie opwekken.
    Nieuw windenergie concept, de windstalk
    Vooralsnog is het een concept, de ontwerpers claimen dat het gebaseerd is op systemen die al bestaan en waarvan de werking is aangetoond. Over de hoeveelheid energie die het systeem zou opwekken is nog niets bekend, maar het lijkt erop dat er behoorlijk wat m2 van deze palen nodig zijn om een bruikbare hoeveelheid energie op te wekken.

    Nieuwe groene parkeergarage in Chicago

    Parkeergarages staan niet echt bekend om duurzaamheid of aantrekkelijk ontwerp, maar een nieuwe parkeergarage in Chicago zou daar wel eens verandering in kunnen brengen. De Greenway Self Park is uitgerust met 12 verticaal gemonteerde windturbines op om de wind die door straten van de ‘Windy City’ blaast om te zetten in energie. De architect heeft naast windturbines ook het oogsten van regenwater en het opladen van electrische auto’s in het ontwerp meegenomen.

    Groene parkeergarage in Chicago

    Groene parkeergarage in Chicago


    Het meest bijzondere aan deze 11 vediepingen tellende parkeergarage zijn de windturbines, verticaal geplaatse windturbines zijn nog niet eerder op deze manier in een gebouw verwerkt. De ontwikkelaars trachten een LEED certificatie te krijgen voor deze groene parkeergarage.

    Investeren in Duurzame Energie Loont

    windmolens5Investeren in een duurzame energiehuishouding in Nederland loont: de maatschappelijke baten zijn groter dan de kosten. Dat wordt aangetoond in de studie van SEO Economisch Onderzoek. Het Regieorgaan EnergieTransitie heeft SEO Economisch Onderzoek gevraagd een analyse uit voeren naar de kosten en baten van een duurzame energiehuishouding in Nederland. Het onderzoek versterkt het Regieorgaan EnergieTransitie in haar missie en streven om te komen tot een duurzame energievoorziening in Nederland.

    Regieorgaan
    Het Regieorgaan vindt dat de voorkeur in Nederland uit moet gaan naar een route met zoveel mogelijk energiebesparing en hernieuwbare energie. De duurzame route is meer toekomstvast, heeft een positief effect op de voorzieningszekerheid en geeft Nederland kansen voor industrialisatie en innovatie.

    7-puntenplan
    Om de transitie te verwerkelijken is een voortvarende, consistente en gerichte aanpak nodig door zowel overheid als een breed spectrum van maatschappelijke actoren. Het Regieorgaan heeft een 7-puntenplan opgesteld waarin ze onder meer pleit voor een eenduidige aanpak vanuit het kabinet, met daarbij één verantwoordelijke minsiter. Daarnaast zou Nederland er goed aan doen innovatie-, energie- en industriebeleid samen te laten gaan. Bovendien zou een verplicht aandeel duurzaam moeten gelden voor elektriciteit en gas.

    Duurzaam project uitgelicht: Brede School Uithoorn

    brede school uithoornDe nieuwe Brede School in Uithoorn scoort op energiegebied 45% beter dan de voor dit gebouw geldende EPC-norm. Spring architecten en Deerns hebben dit gebouw samen ontworpen. Het gebouw (10.000 m2 bruto vloeroppervlak) biedt onderdak aan drie lagere scholen, een kinderdagverblijf, naschoolse opvang en een gymzaal.

    Conceptfase
    Uitgangspunt was dat er een zeer energetisch efficiënt gebouw moest komen. Via creatieve sessies met de architect en Deerns is er een compact gebouw ontworpen met een zogeheten goede schil. Dit houdt in dat het gebouw onder meer een relatief klein geveloppervlak heeft en een goede isolatiewaarde, bovendien zijn er vrijwel geen kieren. Daarnaast heeft het gebouw in de zomer een beperkte warmtelast door goede zonwerende maatregelen en worden in de winter de warmteverliezen beperkt. Er is zo aanzienlijk minder energie nodig voor het verwarmen en koelen van het gebouw.

    Natuurlijke toevoer
    Het ventilatiesysteem maakt gebruik van natuurlijke toevoer van ventilatielucht via de gevel. Zo is er geen energie nodig voor het verplaatsen van lucht via een kanalensysteem. De lucht wordt mechanisch afgezogen. De warmte uit de af te voeren lucht wordt verzameld en hergebruikt. Samen met de aanwezige bodemwarmte wordt de warmte gebruikt als bron voor warmtepompen. De pompen verzorgen een deel van de verwarming.

    Zuinig
    Betonkernactivering zorgt voor de verwarming en koeling van het gebouw. Met deze techniek wordt de massa van het gebouw actief gemaakt en gebruikt als warmte- of koudebuffer. Een zonneboilersysteem garandeert warm water voor de douches bij de gymzaal. Alle energiebesparende maatregelen hebben geresulteerd in een gebouw dat 45% onder de EPC-normering scoort!

    bron: Deerns

    Alders wil duurzaamheidsafspraken nog altijd nakomen

    dv_logo_finaliiiDoor het gat dat in de overheidsbudgetten voor duurzame energievoorziening is geslagen, zijn de subsidies niet meer toereikend voor de ambities om de CO2-uitstoot terug te dringen. Voorzitter Hans Alders van branchevereniging Energiened ziet het niettemin als zijn grootste uitdaging om de afspraken die met de overheid zijn gemaakt te bewerkstelligen.

    `We hebben met zijn allen, politiek en samenleving, besloten dat we in 2020 in ons land 20% van het energieverbruik uit duurzame energie willen laten bestaan. Ten tijde van de Subsidieregeling Duurzame Energieproductie (SDE) in Nederland in 2008, was er sprake van hoogconjunctuur. Dan is subsidies verstrekken een ander verhaal dan in laagconjunctuur, zoals nu`, merkt Alders op. Hij lijkt zich dan ook niet te verbazen over de voorgenomen bezuinigingen op bijna alle subsidies.

    Volgens Alders stond bij het vaststellen van de duurzaamheidsdoelstellingen aan het begin van deze eeuw al vast dat gebruikers uiteindelijk meer voor hun energie zouden moeten betalen. Hij stelt voor om subsidies voor goedkopere vormen van duurzame energie op den duur af te schaffen, zodat de hogere heffingskosten voor consumenten niet de pan uit rijzen.

    Bron: Profnews.nl

    Duurzaamheid geen prioriteit bij nieuwe stations

    dv_logo_finaliiiZeven grote stations liggen tegelijkertijd open. De miljardenimpuls van het Rijk voor nieuwe hsl-stations is de oorzaak van deze piek. Architectonisch is niet op een dubbeltje gekeken, maar de slag om energiezuinig te bouwen is gemist.
    Alleen Rotterdam CS en Utrecht CS worden uitgevoerd met zonnepanelen op de stationskappen. Rotterdam krijgt bovendien een warmte-koudeopslag. Projectmanager Eric van der Meer van Rotterdam verwacht dat die maatregelen samen in 15 procent van de energiebehoefte van het station voorzien. Deze bescheiden pogingen voor een energieneutrale benadering zijn achteraf toegevoegd. Voor de stations Amsterdam CS, Arnhem, Breda, Den Haag CS en Delft komt de nieuwe trend te laat. Cobouwbelicht de komende weken in een zomerserie de complexe projecten. Architecten hebben al gemiddeld een jaar of vijf geleden hun ontwerp gemaakt en toen was energieneutraal bouwen nog nauwelijks doorgedrongen bij het Rijk. Perrons worden niet verwarmd en reizen met de trein is al duurzaam genoeg, was lang de gedachte. Inmiddels werkt ProRail met een CO2-ladder bij de gunning van spoorprojecten, maar de stations waren al bijna allemaal gegund. Alleen Amsterdam WTC is nog in de planfase en krijgt wel alle kans om energie meer centraal te stellen bij het ontwerp. De piek in de uitvoering legt een groot beslag op de bouwmanagers en projectmanagers van ProRail. Directeur Patrick Buck wil eigenlijk niet dat te veel van de capaciteit van ProRail wordt opgeslokt, maar dat lijkt de komende jaren onvermijdelijk. Tussen nu en 2015 worden honderden miljoenen geïnvesteerd in nieuwe stations en de capaciteit veelal verdubbeld. Utrecht en Arnhem profiteren van het goedmakertje, omdat de hsl-oost daar ooit zou gaan stoppen. De snelle lijn naar Duitsland is al jaren geleden geschrapt, maar het geld voor de stations bleef staan. De snelle trein stopt ook niet in Breda en Den Haag CS, maar ook die stations gaan drastisch op de schop, want ze waren ooit genomineerd als hsl-station. Zonder uitzondering is veel aandacht besteed aan een mooie uitstraling. De ov-terminals worden nieuwe visitekaartjes voor de stad. Uitzondering is Amsterdam Centraal, waar juist het karakteristieke gebouw van Cuypers de uitstraling van weleer krijgt. Opvallend vaak duikt de naam van architectenbureau Bethem Crouwel op. Momenteel domineren vooral de bouwputten en tijdelijke stations midden in de stad en zijn omleidingen, buitendienststellingen en bouwhekken onvermijdelijk.

    Bron : www.cobouw.nl

    Nieuwsbrief
    Blijf op de hoogte en wordt lid van de Duurzaam Vastgoed nieuwsbrief.

    E-mail:

    Inschrijven
    Uitschrijven

    Volg ons via twitter
    Follow groenvastgoed on Twitter
    Poll

    Zijn eindgebruikers eigenlijk wel op zoek naar duurzaam vastgoed?

    Bekijk resultaten

    Loading ... Loading ...