U wilt een pand verduurzamen?
Met de verduurzamingscalculator kunt u eenvoudig een indicatie van de kosten van de verduurzaming van uw pand berekenen. Klik hier om te starten.
Partners

Duurzame evenementen

  • CleanTech Innovation Exchange IV meer »
    09 februari 2012
  • Groen vastgoed, goed verhuurd? meer »
    16 februari 2012
  • Event Groen: podium voor ondernemers met duurzame inspiratie meer »
    23 februari 2012
  • Thema congres Groen 2012: Gebouwde omgeving en intelligente netten meer »
    23 februari 2012
Toren windmolens De gebouwde omgeving is goed voor circa 30% van de uitstoot van CO2. Het is daarom van belang dat duurzaamheid van vastgoed hoog op de agenda wordt geplaatst en dat alle duurzame maatregelen ook in de praktijk worden toegepast. Bij Duurzaamheid behoren niet alleen duurzame oplossingen en maatregelen ook dient er rekening gehouden te worden met de economische levensduur, terug verdientijd en de technische levensduur.

Posts Tagged ‘beleggers’

Beleggers in retail en de vraag hoe te verduurzamen

Daalman_R_312_MR-150x150Door: Ronald Daalman – RPS, lid van het duurzaam vastgoed expert panel

Een duurzaam winkelcentrum, wat is dat eigenlijk en hoe meet je dat? Het antwoord is niet eenvoudig, want is een nieuw winkelcentrum (zoals bijvoorbeeld het Breeam Very Good gewaardeerde plan in Waddinxveen) duurzamer dan de binnenstad van een stad dat al honderden jaren functioneert? Wie het weet mag het zeggen. Er is consensus bij beleggers dat het meten (en vergelijken) van duurzaamheid zin heeft. Je kan met meten (en labelen) je investeerders laten zien waar je staat en waar je naartoe wilt, maar om retailers aan je te koppelen met een label, heeft geen enkele zin.

Hebben labels voor winkelcentra überhaupt wel zin? Immers bezit in de binnenstad met open straten laten zich totaal niet vergelijken met een overdekte megamall. Als retailers er verder toch weindig waarde aan hechten biedt wellicht de ISA benchmark (www.internationalsustainabilityalliance.org) als internationaal erkend vergelijkingsmiddel wel de beste waarde voor een winkelcentrum. Hiermee kan je ook internationaal opererende beleggers informeren.

Maar hoe krijg je de huurder mee in de wens een duurzaam winkelcentrum te realiseren of revitaliseren? Eenvoudige antwoorden zijn er niet of nauwelijks. De algemene tendens is toch wel dat elke partij (van keten tot de shoarma verkoper) een eigen aanpak vergt. Sterker de grote retailers in ketens en franchise willen niet per individueel winkelcentrum gevraagd worden, maar de gedachte is dat dit voor hun hele portefeuille wel interessant is.
Voorbeelden te over van partijen die een veel beter energiecontract hebben dan de terugverdienmodellen van adviseurs, of retailers die al zover zijn dat ze energie neutraal hun winkels kunnen inrichten.

Om de retailers over de streep te krijgen zou door een impuls van de overheid de laatste zet kunnen worden gegeven. Dit kan door regelgeving niet alleen voor het casco (ENP in 2020 wordt 0!), maar ook voor het gebruik aan te scherpen. Koppel deze duurzaamheideis direct aan de gebruiksvergunning. Daarmee is de handhaving ook geregeld. Jammer dat het alleen zo kan, maar op dit moment ziet niemand een andere oplossing.

Beleggers aan zet voor een eenduidig duurzaamheidlabel

PRCDoor: Ronald Daalman – PRC, lid van het duurzaam vastgoed expert panel

Nu Bouwfonds in hun Market Update van 2 maart 2011 heeft aangegeven dat de huidige duurzaamheidlabels wat hen betreft eigenlijk niet voldoen, wordt de onduidelijkheid niet alleen voor huurders, maar ook voor de hele branche (dus adviseurs, gebruikers, beleggers, ontwikkelaars, etc.) steeds diffuser. Wat gaan we nu als standaard aanhouden? Of nog beter: wat willen de beleggers nu eigenlijk? Zij zijn immers de investeerders in Nederlands vastgoed en bepalen daarmee dus de standaard.

Ik pleit ervoor dat er (vanuit de IVBN?) een voor de Nederlandse markt acceptabele standaard wordt afgesproken. Als het BREEAM is, dan moet dat BREEAM zijn, als dat LOG is dan LOG, maar de onduidelijkheid moet uit de wereld. Als deze standaard er is, dan pas kunnen we als branche aan onze klanten (de gebruikers) de meerwaarde uitleggen. Daarnaast wordt het voor beleggers duidelijk waar de meerwaarde van een object ligt. De beleggers moeten dus gezamenlijk tot een keuze komen, want deze onduidelijkheid en interne discussie brengt ons niet verder.

Aanbod kantoorruimte neemt verder toe

dv_logo_finaliiiDe Nederlandse kantorenmarkt is in de eerste zes maanden van 2010 geconfronteerd met een verdere toename van het direct beschikbare aanbod van nog te verhuren kantoorruimte. Het totale aanbod steeg met 5 procent tot 6,58 miljoen vierkante meter. Ook had de kantorenmarkt te kampen met een tegenvallende vraag.

Op de vrije markt – de markt waarin projectontwikkelaars en beleggers figureren – werd in de eerste helft van 2010 ongeveer 475.000 vierkante meter verhuurd en verkocht, een daling van 15 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Een en ander blijkt uit voorlopige cijfers van NVM Business op basis van zelf verzamelde gegevens over de gehele Nederlandse markt. De cijfers liggen in lijn met de eerder dit jaar door de NVM uitgesproken verwachtingen.

De toename van het aanbod gedurende de eerste zes maanden van 2010 had voor het grootste deel betrekking op oudere kantoorruimten; in het nieuwbouwsegment kwam er slechts 65.000 vierkante meter bij. Daarnaast viel het op dat de kantorenwijken het wederom moesten ontgelden, want de stijging van het aanbod was hier verhoudingsgewijs het grootst.

Ofschoon de toename van het aanbod zich in alle regio’s van ons land manifesteerde, was deze het meest zichtbaar in de regio Zuidwest. Dat was onder meer het gevolg van een verruiming van het aantal beschikbare vierkante meters in Rotterdam, Den Haag, Rijswijk, Zoetermeer en Leiden. In Den Haag – de stad die doorgaans een relatief laag leegstandspercentage kent – steeg het aanbod zelfs tot iets meer dan 400.000 vierkante meter, overeenkomend met 10 procent van de totale voorraad.

Behalve aan de aanbodzijde had Den Haag ook aan de vraagzijde de wind duidelijk tegen. Uitgaande van de betrouwbaarheid van de beschikbare gegevens blijkt dat er in de eerste zes maanden slechts 13.000 vierkante meter is opgenomen tegen 50.000 vierkante meter vorig jaar. Overigens was Den Haag niet de enige grote stad in de Randstad die in de eerste helft van 2010 met een tegenvallende afzet van kantoren te kampen had. In Amsterdam viel de vraag eveneens tegen, maar kon desondanks toch nog 80.000 vierkante meter worden afgezet.

Duidelijk positiever was de gang van zaken op de verhuurmarkt in Rotterdam. Dankzij een paar grote transacties verdubbelde het transactievolume in de Maasstad. Ook in Utrecht ging de vraag naar kantoren omhoog, maar niettemin lag in verhouding tot de omvang van de kantorenmarkt de opname op een laag niveau. Buiten de vier grote steden hadden vooral de kantorenmarkten in Arnhem en Apeldoorn het moeilijk. In deze steden kwam de vraag naar kantoren nauwelijks van de grond.

Over de rest van het jaar is NVM Business niet positief gestemd. Uit een recente peiling blijkt dat bijna driekwart van de aangesloten bedrijfsmakelaars ervan uitgaat dat het aanbod nog zal toenemen. Bijna de helft van de makelaars voorziet een verdere afname van de vraag. Als gevolg hiervan blijven de huurprijzen van kantoren onder druk staan. Een lichtpuntje is wel dat de bedrijfsmakelaars iets minder somber over de markt zijn dan een halfjaar geleden.

bron: NVM.nl

Akkoord over aanpak leegstand kantoren

rijks1Overheden en marktpartijen gaan de structurele leegstand van kantoren samen aanpakken. Dit is de uitkomst van de Kantorentop die maandag 25 mei in Rijswijk is gehouden op initiatief van minister Huizinga van VROM en de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed Nederland (IVBN). Gezaghebbende vertegenwoordigers van beleggers, ontwikkelaars, huurders, het Rijk, de provincie Utrecht en de gemeentes Amsterdam en Heerlen onderkennen dat zij hier hun verantwoordelijkheid voor moeten nemen. De afspraken worden voor september 2010 uitgewerkt in een gezamenlijk Actieprogramma.

Volgens minister Huizinga is het bijzonder dat overheid en bedrijfsleven elkaar zo snel gevonden hebben: “We onderkennen de ernst van het probleem. We gaan nu samen aan de slag om dit probleem op te lossen. Elk vanuit zijn of haar eigen verantwoordelijkheid.”

Actieprogramma
De komende drie maanden worden de afspraken nader uitgewerkt in een Actieprogramma. De kern van de aanpak is dat ieder zijn rol pakt. Gemeenten en provincies gaan meer in regionaal verband samenwerken bij het voorkomen en bestrijden van structurele leegstand. Ook zal er minder grond uitgegeven worden voor de bouw van nieuwe kantoren, zolang bestaande locaties herontwikkeld kunnen worden.

Beleggers en ontwikkelaars zullen zich inzetten voor de herontwikkeling en het verduurzamen van de bestaande voorraad. Nieuwbouw alleen nog als dat gaat om de bouw van kwalitatief hoogwaardige kantoren op binnenstedelijke en goed bereikbare (per auto, fiets, openbaar vervoer) locaties. Dit moet een eind maken aan de wildgroei van kantoorparken aan de randen van steden.

Nieuwe locaties
Huizinga gaat wettelijk vastleggen, dat nieuwe locaties buiten bestaand stedelijk gebied geen werkbestemming mogen krijgen, als bestaande locaties nog voldoende mogelijkheden voor herontwikkeling bieden. Ook verruimt zij de mogelijkheid om gebouwen tijdelijk een andere bestemming te geven. De maximale termijn van vijf jaar wordt afgeschaft.

In Nederland staat momenteel 6,7 miljoen vierkante meter kantoor leeg. Dat is 14 % van het totaal. Bovendien neemt de duur van de leegstand toe. Bij ongewijzigd beleid zou het aanbod aan kantoorruimte de komende jaren met nog eens 15 % groeien.
Minister Huizinga: “Dat is onverantwoorde verspilling van de schaarse ruimte in ons land. En het is slecht voor ondernemers die de waarde van hun vastgoed zien kelderen.”

Kantorentop
Aan de Kantorentop is deelgenomen door gezaghebbende vertegenwoordigers uit de kring van de provincie Utrecht, de gemeentes Amsterdam en Heerlen, de grote ontwikkelaars en beleggers alsmede de grote gebruikers van kantoren, de Rijksgebouwendienst en het ministerie van VROM.

Huizinga onderzoekt leegstand kantoren

dv_logo_finaliiiMinister Tineke Huizinga van VROM wil de schrikbarend grote leegstand van kantoren aanpakken. Nu al wacht 1 op de 7 kantoren op een huurder. De duur van die leegstand neemt bovendien toe.

Desondanks zal het aanbod aan kantoorruimte bij ongewijzigd beleid de komende jaren met ruim 15% groeien. Daarom laat Huizinga onderzoeken hoe de markt voor kantoren functioneert en wat de achterliggende oorzaken van leegstand zijn.

Bouwen voor leegstand
In Nederland staat momenteel 6,7 miljoen vierkante meter kantoor leeg. Dat komt overeen met de omvang van de Amsterdamse binnenstad. Maar hoewel 14% van alle kantoren op een huurder wacht, wordt er toch stug doorgebouwd. De verwachting is zelfs dat de structurele leegstand (langer dan 3 jaar) van nagenoeg onverhuurbare kantoren toe zal nemen van 28% naar 44%.

“Het is toch te gek voor woorden dat we onbekommerd blijven bouwen als er nog kantoorruimte met een oppervlakte van 960 voetbalvelden leeg staat,” aldus de minister. Bij provincies en gemeenten liggen namelijk plannen op de plank voor nog eens zo’n 6 miljoen vierkante meter nieuwe kantoorruimte. Huizinga: “Dat is onverantwoorde verspilling van de schaarse ruimte in ons land. Bijvoorbeeld in Amsterdam waar grote leegstand van kantoren heerst, terwijl woningzoekenden tegelijkertijd alleen met de grootste moeite een betaalbare woning kunnen vinden.”

Onderzoek en aanpak
Om een oplossing voor dit probleem te vinden, heeft Huizinga het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) gevraagd een flitsonderzoek te doen naar het functioneren van de kantorenmarkt. Doel is de oorzaken van de verschillende soorten leegstand in kaart te brengen. De resultaten van het onderzoek worden eind mei verwacht.

Ondertussen zet Huizinga zelf al een aantal acties in gang. Zo snel mogelijk wordt de regel van kracht dat er alleen nieuwe kantoren mogen worden gebouwd als is aangetoond dat er geen alternatieven binnen de bestaande voorraad zijn. Dit is conform de SER-ladder die nu al geldt bij de aanleg van bedrijventerreinen. Ook zal het Besluit Omgevingsrecht de mogelijkheid om gebouwen tijdelijk een andere bestemming te geven, verruimen van 5 naar maximaal tien jaar.

Ook zal de minister nog voor de zomer in gesprek gaan met beleggers, ontwikkelaars en overheden. Doel is te komen tot een gezamenlijk plan van aanpak. Tot slot zal het ministerie van VROM samen met de gemeente Amsterdam en de provincie Utrecht in een aantal pilots verkennen hoe leegstaande kantoren gemakkelijker naar woningen kunnen worden getransformeerd

‘Toekomstbestendig’ vastgoed dankzij duurzaamheidsinitiatieven

IMG_2253Initiatieven op het gebied van duurzaamheid kunnen de winstontwikkeling positief beïnvloeden en de vastgoedbeleggingen in potentie ‘toekomstbestendig’ maken. Dit blijkt uit een onderzoek van Russell Investments, dat in kaart heeft gebracht op welke wijze beheerders van private vastgoedfondsen criteria op het gebied van milieu (environmental), maatschappelijke verantwoordelijkheid (social) en corporate governance (governance) (ESG) in hun beleggingsproces hebben opgenomen.
Tamara Larsen, senior research analyst bij Russell Investments, licht toe: ‘Uit het onderzoek blijkt dat beheerders van private vastgoedfondsen mogelijkheden zoeken om initiatieven op het gebied van duurzaamheid te gebruiken bij het werven en behouden van huurders, het verlagen van operationele kosten en het opstellen van investeringsprogramma’s. Dit heeft in de meeste gevallen niet alleen een positieve invloed op het financiële resultaat, maar het kan de beleggingen dankzij een verbeterde concurrentiepositie en een betere lange-termijn waardering ook “toekomstbestendig” maken.’
De vastgoedsector heeft uitstekende mogelijkheden om vooruitgang op het gebied van duurzaamheid op een relatief praktische en transparante wijze aan beleggingsrendementen te relateren. De beheerders die het verst gevorderd zijn met initiatieven op het gebied van duurzaamheid, zullen naar verwachting een concurrentievoordeel gaan behalen zodra ESG-aspecten in de toekomst door de markt zullen worden beloond.
Russell Investments heeft voor dit onderzoek een aantal beheerders van toonaangevende Amerikaanse en pan-Europese institutionele vastgoedfondsen geïnterviewd over hun huidige ESG- criteria. Uit deze vraaggesprekken kwamen de volgende onderwerpen naar voren:

- Evenwicht tussen waarden en waarderingen
ESG-aspecten komen bij fondsbeheerders steeds hoger op de agenda te staan. Beheerders zien het als hun fiduciaire verantwoordelijkheid om initiatieven door te voeren die binnen de financiële investeringsparameters van hun fonds passen. Om een goede balans te vinden tussen hun fiduciaire verantwoordelijkheid, rendements- en duurzaamheidsdoelstellingen, wordt de nadruk vooral gelegd op de ‘E’ binnen de set van ESG-criteria.

- Toenemende ‘groene’ regelgeving
Fondsbeheerders verwachten dat duurzaamheid onder invloed van een toenemende ‘groene’ regelgeving en vraag vanuit de markt steeds beter zal worden beloond. Ze zien ook een toegenomen belangstelling voor ESG-aspecten en de implementatie daarvan onder beleggers. Daarnaast zien ze zelf ook aantrekkelijke economische overwegingen ten aanzien van het beheer en de positionering van hun onderliggende fondsen.

- Holistische benadering van ESG
Fondsbeheerders maken gebruik van een holistische benadering om duurzaamheid te bevorderen. De beheerders lijken in hun kapitaalplanning en budgettering het accent te leggen op low- en no-cost- initiatieven voor de verschillende types vastgoed, alsmede initiatieven op het gebied van duurzame bouw. Fondsbeheerders spreken van terugverdientermijnen die korter zijn dan de looptijd van investeringen.

- Samenwerking in de implementatie van duurzaamheid-criteria
Een succesvolle samenwerking tussen de fondsbeheerder en het property management op het gebied van duurzaamheid en een efficiënte informatie-uitwisseling hiervan kan leiden tot (of draagt reeds bij aan) een concurrentievoordeel doordat de economische voordelen van bepaalde initiatieven in de bestaande portefeuilles kunnen worden gerealiseerd.

- Groen zijn loont
Fondsbeheerders zijn momenteel in het algemeen van mening dat er door de huidige markt geen extra ‘groene premie’ wordt betaald op energiezuinige objecten. Wel zijn ze van mening dat dergelijke vastgoedobjecten een aantrekkingskracht hebben op huurders en deze ook zullen behouden. Ook taxateurs houden in hun waarderingen rekening met lagere bedrijfskosten als gevolg van energiebesparende maatregelen. Naarmate deze initiatieven zich in extra kostenbesparingen en hogere nettobedrijfsopbrengsten vertalen, zal de waarde van vastgoed moeten toenemen (bij gelijkblijvende overige factoren).

Uit het onderzoek is gebleken dat er per vastgoedtype en regio aanzienlijke verschillen in omvang en populariteit op het gebied van duurzaamheid bestaan. Beheerders blijken ook sterk de behoefte te hebben aan een algemeen geaccepteerd kader om de waarde van het object of de portefeuille met duurzaamheidsaspecten op een juiste wijze te beoordelen. Het vraagstuk van benchmarking komt daarmee op de voorgrond te staan. Fondsbeheerders kennen tot op heden geen internationaal geaccepteerd kader voor benchmarking van duurzaamheidsaspecten.
De nadruk op performancemeting vormt niettemin een vertrekpunt om duurzaamheidsaspecten op een consistente, meetbare manier te kwantificeren en tot financiële performance te herleiden. Hoewel er ten aanzien van benchmarkingtools voor de diverse vastgoedtypen en de consistentie van certificeringsstandaarden binnen de regio’s nog veel vooruitgang moet worden geboekt, toont het onderzoek aan dat sommige fondsbeheerders innovatieve benaderingen toepassen om het rendement op duurzaamheid binnen hun portefeuilles te bepalen.
‘De verschillen in de benadering van duurzaamheid en de uitdagingen die inherent zijn aan het ontwikkelen van benchmarks wijzen erop dat de evolutie van ESG zich nog in het beginstadium bevindt,’ aldus Tamara Larsen. ‘De “voortrekkers” van nu lijken te profiteren van hun low-cost- en no-cost-initiatieven, een verhoogde aantrekkingskracht op huurders en lagere bedrijfskosten. Op de langere termijn, bij gelijkblijvende overige factoren, kan een toenemende populariteit van vastgoedobjecten met duurzaamheidsaspecten een nog hogere totale performance genereren. Dit zal gepaard gaan met een groter aanbod van huurders, het behoud van huurders, een breder kopersbestand (met name onder institutionele beleggers) en een waardestijging van de objecten.’

Huizinga en De Jager stellen Regeling groenprojecten 2010 open

rijks1Ministers Tineke Huizinga van VROM en Jan Kees de Jager van Financiën hebben vandaag de nieuwe Regeling groenprojecten 2010 gepubliceerd, die met ingang van morgen wordt opengesteld. Dit is een goedkope leenfaciliteit voor projecten die goed zijn voor natuur en milieu. Via de regeling kunnen projecten een groenverklaring krijgen, waarmee ze in aanmerking komen voor een lening met een lage rente. Het gaat om projecten die uiteenlopen van behoud van natuur, bos en landschap tot duurzame energieopwekking, schone binnenvaartschepen, herstructurering van bedrijventerreinen, viskwekerijen en duurzame utiliteits- en woningbouw. Ook particuliere woningbezitters die hun huis verbeteren of duurzame energiebronnen gebruiken, kunnen gemakkelijker een groene lening of hypotheek krijgen.

De Regeling groenprojecten 2010 sluit aan op de fiscale regeling voor maatschappelijke beleggingen, die particulieren een belastingvoordeel biedt als zij “Groen Beleggen” via een groenfonds of groenbank. Sinds 1995 hebben ruim 235.000 beleggers op deze manier 7 miljard euro in groene projecten geïnvesteerd. De nieuwe regeling speelt in op de laatste ontwikkelingen op milieugebied. Zo vallen nu ook projecten die schone technologie in de transportsector stimuleren onder de regeling, zoals duurzame en energiezuinige binnenvaartschepen. Daarnaast zijn de eisen voor duurzaam bouwen en verbouwen vereenvoudigd. Hiermee wil het kabinet energiebesparing en het gebruik van duurzame materialen in de bouw stimuleren.

De Regeling groenprojecten 2010 is een gezamenlijke regeling van de ministeries van Financiën en VROM in samenwerking met de ministeries van LNV en V&W. Deze regeling vervangt de Regeling groenprojecten 2005.

Tien grootste Vastgoedfondsen zwijgen over CO2-doelstellingen

1-bahrain-wtcVastgoedfondsen geven onvoldoende inzicht in hun inspanningen om energie te besparen en CO2-uitstoot terug te dringen. In vergelijking met andere sectoren bieden vastgoedfondsen weinig informatie over hun duurzame bedrijfsvoering in publiek beschikbare documenten. Zo blijkt uit een onderzoek onder de tien grootste vastgoedfondsen door de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) in opdracht van Agentschap NL.

De VBDO vertegenwoordigt beleggers die het belangrijk vinden dat bedrijven waarin zij beleggen, maatschappelijk verantwoord ondernemen. Openheid en transparantie over duurzame bedrijfsvoering speelt daarbij een belangrijke rol. “We spreken bedrijven aan op hun MVO-beleid: Hoe transparant ben je hierover en wat zijn je doelstellingen? Het is opvallend dat vastgoedfondsen weinig tot geen aandacht besteden aan energiebesparing en CO2-uitstoot, terwijl de gebouwde omgeving verantwoordelijk is voor 40% van de totale CO2-uitstoot in Nederland”, vertelt Giuseppe van der Helm, directeur van VBDO.

Gemiste kansen

“De uitkomsten van het onderzoek zijn niet bemoedigend. De mate waarin de fondsen open zijn over hun inspanningen op het gebied van duurzaamheid en MVO is eigenlijk onder de maat”, aldus Van der Helm. Vastgoedfondsen laten kansen liggen. Want wat blijkt uit het onderzoek? Ondanks de beperkte transparantie over hun rol op het gebied van duurzaamheid, blijkt uit de gesprekken met vastgoedfondsen dat zij veel actiever zijn op het gebied van CO2-reductie en energiebesparing dan terug te vinden is in de documenten. Een aantal fondsaanbieders geeft zelfs aan duurzaamheid te zien als een marktkans en een manier om zich te profileren.

- 8 van de 10 vastgoedfondsen besteden aandacht aan duurzaamheid in het algemeen;

- 6 van de 10 vastgoedfondsen besteden aandacht aan energiebesparing en CO2-reductie;

- 3 van de 10 vastgoedfondsen hebben doelstellingen op het gebied van energiebesparing en CO2-reductie;

- 1 van de 10 vastgoedfonds biedt kwantitatieve informatie aan op het gebied van energiebesparing en CO2-reductie.

Samen optrekken

Daarnaast geven de vastgoedfondsen aan verduurzaming van hun portefeuille niet alleen te kunnen oppakken. Ook eindgebruikers van vastgoed en beleggers in onroerend goed spelen een belangrijke rol in het slagen van de activiteiten op het gebied van CO2-reductie en energiebesparing. “Een aantal fondsen gaf aan zich in een spagaat te bevinden tussen huurder en belegger. Huurders willen zo min mogelijk betalen en beleggers willen een zo hoog mogelijk rendement”, legt Van der Helm uit. “Het lijkt erop dat de betrokken partijen de stappen naar verduurzaming op elkaar afschuiven.”

VBDO is van mening dat vastgoedfondsen de aangewezen partij zijn om de leiding in de verduurzamingsslag te nemen. “Voor vastgoedfondsen geldt immers, in tegenstelling tot huurders en beleggers, dat vastgoed ‘core-business’ is. Zij hebben de expertise en kennis in huis om zich op duurzaam vastgoed te richten,” aldus Van der Helm.

Over het onderzoek

VBDO voerde een quickscan uit naar de bijdrage van vastgoedfondsen aan CO2-reductie. Daarbij analyseerde de organisatie publiek beschikbare informatie, zoals jaarverslagen, websites en persberichten. Ook werden aandeelhoudersvergaderingen bezocht en vragen gesteld over duurzaamheidsambities van de fondsen. Daarnaast zijn verschillende gesprekken gevoerd met vastgoedfondsen.

IVBN: duurzaamheid is antwoord op leegstand

1-bahrain-wtcDoorgaan of duurzaam? Dat is de vraag die de vastgoedsector zich moet stellen. Bij ongewijzigd beleid kent de Nederlandse kantorenmarkt in 2020 een leegstand van 14 mln m2 (tegen 8 mln m2 eind 2010). Bij duurzame herontwikkeling van kantoren kan de leegstand tot onder het niveau van 6 mln m2 worden teruggebracht, aldus Hans Copier (ING Real Estate) in zijn hoedanigheid van bestuurslid van de Vereniging van Institutionele Beleggers in het Vastgoed IVBN.

Copier hield gisteren een speech op het PropertyNL Forum 2010 dat plaatsvond in het hoofdkantoor van ABN Amro in Amsterdam.
Volgens Copier dreigt er bij ongewijzigd beleid in 2020 een voorraad van 54 mln m2 tegen 47 mln m2 eind dit jaar. Wanneer er een actieve strategie van duurzame herontwikkling van de voorraad wordt gevoerd, kan de voorraad beperkt blijven tot de huidige 47 mln m2.
In zijn betoog pleitte Copier ervoor dat de belegger zijn keuze van de aanschaf van een object laat bepalen door het saldo van positieve en negatieve effecten op de duurzaamheid van de gehele gebouwenvoorraad.

Bron: PropertyNL

Beleggers met lef gezocht

Sorbo is uw hulp in huis. Het lijkt alsof wij de waarheid over het commercieel vastgoed met dit overbekende doekje proberen weg te poetsen. Het probleem is groter dan een vaatdoek. De grote mate van overschot aan commercieel vastgoed hangt als een donkere wolk boven de markt.

Volgens Dirk Brounen, hoogleraar vastgoedbeleggingen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, is de feitelijke waarde van commercieel vastgoed de afgelopen twee jaar met zeker een kwart gedaald. Alleen al in de kantorenmarkt staat momenteel zo’n 5 miljoen vierkante meter structureel leeg. Het arsenaal bedrijfsvastgoed op bedrijventerreinen dat niet gebruikt wordt is gigantisch. Veel kantoren zijn en worden steeds meer onverhuurbaar omdat ze incourant zijn, de vraag naar echte duurzame huisvesting neemt juist toe. Ondanks signalen van groeiende leegstand is de vastgoedwereld op de economische golf van de afgelopen jaren vrolijk en onbezorgd doorgegaan. Elk jaar werd er zo’n 2 procent aan de vastgoedvoorraad toegevoegd, terwijl de behoefte aan vastgoed minmaal was. Het resultaat hiervan is nu zichtbaar: grootschalige en incourante leegstand. De rekening hiervan komt op conto van de beleggers die met het te hoog gewaardeerde vastgoed in hun portefeuille zitten en die hopen op nieuwe huurders in de leegstaande kantoren. Kantoren die niet voldoen aan de wensen van nieuwe huurders. De locatie voldoet vaak niet, maar nog meer; de kantoren zijn niet duurzaam. Verpaupering van de verouderde gebouwen ligt op de loer. Alleen een rigoureuze afwaardering maakt de herontwikkeling van gebouwen en bedrijventerreinen financieel mogelijk. Door tegelijkertijd de slechte vastgoedvoorraad te slopen en te investeren in duurzame maatregelen die de levensduur van het bestaande vastgoed aanzienlijk zullen verlengen, kan deze trend worden omgebogen en zullen de financiële consequenties van de zeer pijnlijke en ingrijpende herwaarderingsoperatie worden beperkt. In de Volkskrant voorspelde hoogleraar Piet Eichholtz van de Universiteit van Maastricht nog meer pijn bij banken en beleggers in vastgoed: “De huidige crisis maakt versneld duidelijk dat Nederland kampt met een structureel overschot aan commercieel vastgoed als kantoren en bedrijfsruimten. We moeten stoppen met nieuw te bouwen.” En dat onderschrijft Nlingenieurs. Wij voegen daar aan toe: verbeter de bestaande voorraad met duurzame en levensduurverlengende maatregelen en bouw alleen nieuw als het duurzaam is. Ieder nieuw gebouw zou weer ‘het meest duurzame gebouw’ van dat moment moeten zijn. Beleggers zijn aan zet om het roer om te gooien en over te schakelen van nieuwbouw naar herontwikkeling en verduurzaming. Er zijn beleggers met lef nodig.

Bron: Cobouw

Nieuwsbrief
Naam
E-mail
Sociale Media
Volg duurzaam vastgoed op Twitter Volg duurzaam vastgoed op facebook Volg duurzaam vastgoed op facebook
Poll

7 Miljoen m2 leegstaande kantoorruimte, stoppen met bouwen?

Loading ... Loading ...