U wilt een pand verduurzamen?
Met de verduurzamingscalculator kunt u eenvoudig een indicatie van de kosten van de verduurzaming van uw pand berekenen. Klik hier om te starten.
Partners

Duurzame evenementen

  • Symposium " Hoe kunnen wij bestaand vastgoed verduurzamen"
    24 mei 2012
  • Provada meer »
    05 juni 2012
  • Lunchdebat: Verduurzaming als antwoord op leegstand meer »
    05 juni 2012 12:30
  • De energieleverende buitenschil PV- en thermische systemen voor dak en gevel meer »
    14 juni 2012
  • Future(P)roof Alle duurzame ontwikkelingen op het gebied van daken en gevels op een rijtje meer »
    28 augustus 2012
  • Recycling meer »
    05 september 2012
  • De energieleverende buitenschil PV- en thermische systemen voor dak en gevel meer »
    19 september 2012
  • De groene buitenschil Groene daken, groene gevels, stadsbos meer »
    18 oktober 2012
  • Future(P)roof: Alle duurzame ontwikkelingen op het gebied van daken en gevels op een rijtje meer »
    15 november 2012
  • Nationaal Sustainability Congres 2012 meer »
    20 november 2012
Toren windmolens De gebouwde omgeving is goed voor circa 30% van de uitstoot van CO2. Het is daarom van belang dat duurzaamheid van vastgoed hoog op de agenda wordt geplaatst en dat alle duurzame maatregelen ook in de praktijk worden toegepast. Bij Duurzaamheid behoren niet alleen duurzame oplossingen en maatregelen ook dient er rekening gehouden te worden met de economische levensduur, terug verdientijd en de technische levensduur.

Posts Tagged ‘Duurzaam’

Duurzaam project uitgelicht: Frisse School: gezond, duurzaam en groen

De Pieter Wijtenschool in Waalwijk werd vrijdag 5 november heropend na een renovatie volgens het Frisse scholen-concept: een gezond binnenklimaat en een optimale energiehuishouding.

In veel klaslokalen in Brabant is het binnenklimaat slecht. Oorzaak is bijvoorbeeld te weinig ventilatie. Kinderen en leerkrachten krijgen daardoor hoofdpijn, slijmvliesirritaties of astma-aanvallen.
‘Frisse scholen’ is een gezamenlijk project van de provincie, het Astma Fonds en de GGD. Samen met gemeenten en schoolbesturen ‘adopteren’ zij scholen die op korte termijn willen renoveren of (ver)bouwen. Niet alleen de lucht moet schoon en fris worden. De scholen moeten in alle opzichten duurzaam, gezond en veilig worden. Dat betekent onder andere veel aandacht voor groen, een gezond binnenklimaat en een optimale energiehuishouding.

Beter leren in een frisse klas
Onderzoek wijst uit dat acht van de tien kinderen in Nederland in een vervuilde klas zitten. En dat 80% van de schoollokalen een te hoge CO2-concentratie heeft; drie tot vier keer boven de gezondheidskundige grenswaarde. De klassen zijn vaak slecht geventileerd, muf, te warm en de lucht bevat fijnstof en ziektekiemen, waardoor veel leerkrachten en leerlingen gezondheidsklachten hebben. Terwijl op ‘frisse’ scholen het ziekteverzuim beduidend lager ligt en ook de leerprestaties van de leerlingen verbetert.

Meer informatie Het Frisse Scholen-project wil zo veel mogelijk scholen inspireren om ook hun klaslokalen weer fris en gezond te maken door duurzaam en energiezuinig te renoveren. Meer weten? http://www.brabant.nl/Subsites/Frisse-Scholen.aspx

ENDIS-concept: energieneutraal duurzaam kantoorgebouw in staal

endisTijdens de Nationale Staalbouwdag op 14 oktober j.l. te Gorinchem werd een nieuw kantoorgebouwconcept gelanceerd: ENDIS. Die naam staat voor ‘energieneutraal duurzaam kantoorgebouw in staal’. Het ENDIS-concept blijkt op termijn winst op te leveren ten opzichte van traditioneel bouwen.

Bouwpartijen en duurzaamheid
Opdrachtgevers en bouwpartijen (h)erkennen steeds meer de belangrijke maatschappelijke rol die de bouw heeft ten aanzien van zaken als uitputting van grondstoffen en vermindering energieverbruik. Deltastaal, Staalfederatie Nederland en Slimbouwen hebben daarom een casestudy uitgevoerd naar het bouwen van een energieneutraal en duurzaam stalen gebouw. Het resultaat is het ENDIS gebouw dat in Tilburg gerealiseerd zal worden.
Het ENDIS kantoorgebouw is 20 meter hoog met een bruto vloeroppervlak per verdieping van 1170 m2. Het concept heeft onder andere een klimaatgevel, glasconstructies en PV-toepassingen op het dak en Phase Change Materials (PCM’s). Het resultaat is een functioneel, energieneutraal en hybride (aanpasbaar aan divers gebruik) gebouw, aldus de initiatiefnemers. Het gebouw is getoetst met BREEAM-NL en GPR Gebouw op energiegebruik en milieubelasting. Als voordelen noemen de initiatiefnemers onder meer: korte bouwtijd, sterke reductie faalkosten door prefabricage, hoger verhuurbaar vloeroppervlak, hogere huuropbrengst en een jaarlijkse energiebesparing van ca. € 80.000,-.

Investeren levert winst
Om die voordelen te kunnen realiseren moet men toekomstgericht durven investeren. De stichtingskosten bedragen zo’n 3 miljoen euro meer dan voor een traditioneel kantoorgebouw (17 miljoen euro voor ENDIS). Die extra financieringslast wordt terugverdiend door de besparingen op energie en onderhoud en met name de extra huuropbrengsten. Uiteindelijk komt het financiële plaatje uit op winst ten opzichte van een traditioneel concept.

Bron: AgentschapNL

Rotterdam blijft duurzaam investeren

dv_logo_finaliiiRotterdam moet over vier jaar de duurzaamste wereldhavenstad zijn.

Van iedere euro die de gemeente nu steekt in duurzaamheid wil ze ruim 10 euro terugzien aan duurzame investeringen in de haven of stad.

Het stadsbestuur steekt zelf de komende vier jaar 31 miljoen euro in duurzaamheid. Daarvan worden onder meer milieuknelpunten aangepakt op het gebied van lucht en geluid en wordt er efficiënter omgegaan met grondstoffen en energie. Rotterdam houdt vast aan de eerdere ambitie om in 2025 de CO2-uitstoot te hebben gehalveerd ten opzichte van 1990. Bovendien is Rotterdam dan 100 procent klimaatbestendig.

Verantwoordelijk wethouder Alexandra van Huffelen zegt dat investeren in duurzaamheid op een kantelpunt terecht is gekomen. Ze wil stimulatiesubsidies blijven geven, maar ze wil ook dat er nu geld wordt verdiend met duurzaamheid. Zo wil ze voorkomen dat er een nieuwe subsidiestroom ontstaat. “Anders lijkt het alleen maar een issue te zijn van goedwillende mensen”, aldus Van Huffelen.

Om met duurzaamheid geld te verdienen worden afspraken gemaakt met de Rotterdamse industrie en het havenbedrijf op het gebied van duurzaam ondernemen, energiebesparing, gebruik van restwarmte, de opwekking van duurzame energie (wind en biomassa) en het realiseren van projecten op het gebied omgaan met CO2.

Naar het internationale bedrijfsleven toe wil Rotterdam zich als duurzame en innovatieve stad presenteren. Tegelijkertijd wil de stad zich ook neerzetten als de proeftuin voor innovatieve bedrijven op het gebied van elektrisch vervoer. Daarom stimuleert het college de komende jaren innovatie en onderwijs op het gebied van klimaat, water en energie.

Met woningcorporaties wordt afgesproken dat zij in 2014 een energiereductie in hun woningenbezit bereiken van 10 procent. Vergelijkbare afspraken worden gemaakt met ontwikkelaars en beleggers over duurzaam bouwen. Uiteindelijk moeten de acties minimaal 350 miljoen euro opleveren door duurzame investeringen in de stad en de haven. Daarnaast moet over vier jaar de geluidsoverlast in de woningen van 15.000 Rotterdammers als gevolg van verkeerslawaai 3 decibel lager liggen dan in 2010.

Duurzaam project uitgelicht: Natuur & Milieu Centrum Weizigt te Dordrecht

Door ing. T. Versluis (ontwerp) en drs. Ing. D.B. Mosterd (auteur); van Van der Kooy en Verhoef Management en Consultancy bv (KVMC)

Weizigt Natuur- & Milieucentrum ontwikkelt zich voortdurend. Behalve op de toeristisch-recreatieve functie richt het centrum zich steeds nadrukkelijker op duurzaamheid. Duurzaam denken en handelen staan centraal in concrete leersituaties, zoals in lesprogramma’s voor scholieren. Om deze ambitie nog beter te kunnen invullen, is besloten de huidige accommodatie van de stadsboerderij te vervangen door een nieuw, multifunctioneel gebouw waarin de boerderij een plek krijgt. Het Natuur- & Milieu centrum Weizigt wordt op vele terreinen een voorloper in innovatieve, duurzame toepassingen. Zij heeft daarin een voorbeeldfunctie, maar evengoed een educatieve en inspirerende rol. In december 2009 is de eerste paal geslagen en in het najaar van 2010 dienen alle uitvoeringswerkzaamheden afgerond te zijn. KVMC (Van der Kooy en Verhoef Management en Consultancy bv)heeft in opdracht van de Gemeente Dordrecht / Ingenieursbureau Drechtsteden) het installatieadvies verzorgt. Het gebouw zal energetisch CO2-neutraal zijn dankzij integratie van gebouw- en installatieontwerp.

In dit artikel wordt uiteengezet welke benadering KVMC toepast om te komen tot een dergelijk duurzaam ontwerp. Daarnaast zal worden toegelicht dat deze benadering voor elk installatieontwerp kan worden toegepast om te komen tot een goede representatie van kosten en energiegebruik.

Trias energetica & Passief huis principe
De vraag vanuit de Gemeente Dordrecht aan KVMC was een installatieontwerp te maken welke energetisch een zo laag mogelijke CO2-uitstoot produceert. Om dit te realiseren heeft KVMC de trias energetica als grondslag gebruikt. Dit houdt in dat de energievraag op basis van drie principes, in volgorde, worden toegepast. In figuur 1 zijn deze principes te zien en toegelicht.

Trias Energetica
bron: ECN

Eerst wordt er zoveel mogelijk ingezet op energiereductie, vervolgens op duurzame energiebronnen en voor de resterende energievraag fossiele brandstoffen zo efficiënt mogelijk inzetten. Toepassen van de trias energetica zal leiden tot de laagste CO2-uitstoot. Uit principe 1, energiebesparing, is af te leiden dat alleen een innovatief installatieconcept niet voldoende is, maar geïntegreerd zal moeten zijn met een innovatief gebouwontwerp. De Trias energetica is echter een filosofie en nog geen aanpak om te komen tot het best passende installatieontwerp. Daarom heeft KVMC, samen met architect ir. Mazin Abdullsada van Ingenieursbureau Drechtsteden het passief huis principe toegepast als uitgangspunt.

Het passief huis principe kan gezien worden als een uitwerking van de Trias energetica waarin installatie- en gebouwontwerp geïntegreerd worden ontworpen met als belangrijkste uitgangpunten:
• Minimaal energiegebruik met maximaal comfort
• Maximaal 15 kWh/m2 energie voor ruimteverwarming
• Geen actieve koeling

Bovenstaande uitgangspunten stellen hele hoge eisen aan de gebouwschil. Ter vergelijking: een nieuwbouwwoning heeft een verwarmingsvraag van ongeveer 50 kWh/m2. Daarnaast is de oriëntatie van de glaspartijen voor zonwarmte invang in de winter en goede ventilatie voor koeling in de zomer van groot belang bij een passief huis concept.

Stadboerderij Weizigt
Hieronder is een model te zien van het gebouwontwerp. De grote glaspartij is georiënteerd op het zuiden functionerend als serre welke zonstraling invangt in de winter (als de zon laag aan de horizon staat) en zonstraling tegenhoudt in de zomer (als de zon hoog aan de horizon staat) door natuurlijk overstek en reflecterende zonluiken. Deze zonluiken kunnen de serre spuien, samen met toevoerroosters onderin. Daardoor ontstaat een natuurlijke trek, waardoor oververhitting in de zomer grotendeels voorkomen wordt. De gevels met een warmteweerstandsgetal van Rc=10 zorgen ervoor dat het pand minder energie voor verwarming nodig heeft.

Het gebouw is opgetrokken uit duurzame materialen, zoals hout en glas. De klimaatzone fungeert als een bufferzone in de isolatie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van natuurlijke energiebronnen, zoals zonnewarmte. De ligging van het gebouw en de ronding van de glazen constructie benutten dit optimaal: het haalt de lage winterzon binnen, terwijl de hoge zomerzon wordt weggehouden. Zo profiteert men ’s winters van de warmte van de zon en ’s zomers houdt men de (ergste) warmte buiten.
Stadsboerderij Weizicht
Stadsboerderij Weizicht
bron: Ingenieursbureau Drechtsteden

Zuinig met water
Het regenwater wordt voor een groot gedeelte opgevangen door het mossedum-dak. Er is daarom weinig afvoer nodig. Het overtollige hemelwater wordt gebruikt in de luchtbehandelingkast, hierover hieronder meer.

Grijswatersysteem
In de oorspronkelijke plannen was een helofytenfilter opgenomen om afvalwater te zuiveren en te hergebruiken als spoelwater voor toiletten. Dit is komen te vervallen; het zou ten koste gaan van de ruimte voor de dieren. In plaats daarvan wordt een grijswatersysteem geïnstalleerd. Dat gebruikt door het groendak opgevangen regenwater om de toiletten door te spoelen. Indien nodig wordt dit aangevuld met opgepompt grondwater.

Verschillende installatieconcepten
Globaal moet het ontwerp voorzien in verwarming en ventilatie van het pand. Door toepassing van de serre is echter, ondanks de spuivoorzieningen en overstek, een risico op temperatuuroverschrijding waardoor een vorm van koeling noodzakelijk is. In warm tapwater moet ook worden voorzien, echter speelt deze energetisch vrijwel geen rol, aangezien het een bezoekerscentrum zonder woonfunctie betreft.

Tegenwoordig zijn er, alhoewel nog niet grootschalig toegepast, talloze duurzame en/of energiezuinige alternatieven op de markt voor verwarmen, ventileren en koelen. Daarnaast is er een focus op lage CO2 uitstoot en is er geen onbeperkt budget. Hoe vindt men nu het best passende installatieconcept?

De eerste stap is het combineren van installaties tot een installatieconcept welke technisch goed bij elkaar passen. Bijvoorbeeld bij het toepassen van een warmtepomp past lage temperatuur verwarming. Past men dit toe in de vorm van vloerverwarming en bij het gebruik van de grond als bron, kan daarmee ook gekoeld worden. Op deze manier kunnen er meerdere installatieconcepten opgesteld worden. Om een goede vergelijking te maken wordt elk installatieconcept vergeleken met een conventioneel installatieconcept, welke bestaat uit standaard techniek. In dit geval een CV ketel, Dx koeling en ventilatie met een warmtewiel .

De tweede stap is het opstellen van een energieketen voor alle installaties. Hierin worden alle in en uitgaande energieconversies en -stromen in kaart gebracht met in achtneming van de rendementen en COP’s. De CO2 uitstoot en kosten per Kwh warmtevraag kunnen daarmee berekend worden.

De derde stap is het doorrekenen van de verschillende installatieconcepten op energetische prestatie, CO2 uitstoot en kosten. Daarbij wordt The Total Cost of Ownership (TCO) methode toegepast. Dat houdt in dat naast de investering , de energie & onderhoudskosten over de gehele levensduur van de installatie worden meegenomen, inclusief rentevoet, inflatie en energieprijsstijgingen. Deze methode maakt beter inzichtelijk wat het voordeel is van een energiezuinige installatie. Om elke installatie op dezelfde manier door te rekenen wordt de TCO genomen over 15 jaar.

Zo ontstaat er een overzicht waarin verschillende mogelijke installatieontwerpen eenduidig vergeleken kunnen worden. Het is daarbij belangrijk bij elk installatieconcept ook niet kwantificeerbare kenmerken zoals het comfort te vermelden .
Warmtepomp niet altijd gunstig
Een van de installatieconcepten bestond uit het toepassen van een elektrische warmtepomp met de bodem als bron. Deze vorm van lange termijn energie opslag (LTEO) lijkt een voor de hand liggende energiezuinige optie. Er dient daarbij rekening gehouden te worden met een thermische balans in de grond, wat verplicht wordt door de provincie. Door de zeer goede isolatie van het pand is echter de koelvraag in de zomer hoger dan de warmtevraag in de winter. Om de thermische balans in de winter te herstellen moet er meer koude in de bodem gebracht worden middels een energiedak.

Daarnaast betrekt de warmtepomp elektrische energie, wat per kilo Wattuur duurder is dan een (omgerekende) kilo Wattuur aardgas. Hierdoor wordt de energiebesparing van een warmtepomp deels gecompenseerd door een hogere prijs per kilo Wattuur. Dit samengenomen met de meerinvestering voor het energiedak zorgt ervoor dat de installatie niet binnen de gemiddelde levensduur van vijftien jaar terugverdiend kan worden. Een heel goed geïsoleerd gebouw gaat daarom niet altijd goed samen met een warmtepomp! In totaliteit is er echter wel minder primaire energie nodig, waardoor een warmtepomp de CO2 uitstoot wel aanzienlijk verlaagd.

Vergelijking en keuze van een installatieconcept
Uiteindelijk zijn er twee veelbelovende installatieconcepten vergeleken met een conventionele installatie. Het eerste concept bestaat uit:

  • Een warmtepomp met een grondbron
  • Ventilatie met hoog rendement warmteterugwinning.
  • Energiedak voor de regeneratie van de bron.
  • PV dak voor de warmtepomp
  • Het tweede concept bestaat uit:

  • Een HR houtpellet installatie
  • Ventilatie met hoog rendement warmteterugwinning en adiabatische koeling
  • PV dak voor de ventilatie unit.
  • Deze concepten zijn vergeleken met een conventionele installatie en weergegeven in onderstaande grafiek. Op de x-as staan de totale energiekosten en onderhoud voor vijftien jaar. Op de y-as staat de totaal investering voor de installaties. De grootte van de cirkel geeft de CO2 uitstoot aan.

    Duidelijk te zien is dat de conventionele installatie de laagste investering en de hoogste energiekosten en CO2 uitstoot geeft. Daarnaast is de zien dat het tweede concept CO2 neutraal is, doordat gebruik gemaakt wordt van biomassa voor verwarming, water voor koeling en zonlicht voor de aandrijving van het ventilatiesysteem. Omdat bij de gemeente Dordrecht een sterke focus is op CO2 reductie is uiteindelijk gekozen voor dit concept.

    Conclusie
    Voor elk nieuw project zal opnieuw beoordeeld moeten worden wat de mogelijke installatieconcepten zijn. Door deze op een overzichtelijke en complete wijze met elkaar te vergelijken is het mogelijk om gefundeerde keuzes te maken, of de focus nu op energiebesparing, CO2 uitstoot of investeringskosten ligt.

    Drijvend Paviljoen in Rotterdam geopend

    Drijvendpaviljoen 1Minister Huizinga heeft gisteren het Drijvend Paviljoen geopend in de Rotterdamse Rijnhaven. Dit paviljoen moet een icoon worden van duurzaam bouwen en ontwerpen, en van de ambitieuze klimaataanpak die Rotterdam voorstaat.

    Het Drijvend Paviljoen gaat daarnaast onderdak bieden aan het nieuw opgerichte Nationaal Watercentrum – een etalage van en ontmoetingspunt voor de Nederlandse watersector.

    Planten
    Het bevat het neusje van de zalm aan duurzame technologie en is een visitekaartje van duurzaam bouwen en ontwerpen. Zo wordt het gewarmd en gekoeld met zonne-energie en oppervlaktewater, wordt het eigen afvalwater gezuiverd en hergebruikt en bestaat de isolatie uit planten.

    “Met het Nationaal Watercentrum bundelen we onze krachten op het terrein van waterinnovaties en versterken we onze internationale concurrentiepositie. We kunnen hier de Nederlandse waterexpertise presenteren aan een breed binnen- en buitenlands publiek”, aldus Huizinga, die samen met burgemeester Aboutaleb en vertegenwoordigers van de watersector de openingshandeling verrichtte.

    Droge voeten
    Huizinga: “Met het Deltaprogramma passen we ons land aan aan het veranderende klimaat. Ik ben er van overtuigd dat het grote voordelen biedt als we die adaptatie hand in hand laten gaan met mitigatie. Dus niet alleen de uitstoot van CO2 beperken, maar ook nu al zorgen dat je over 50 jaar het wassende water aan kan. Daarbij kan het een het ander versterken. Neem de Afsluitdijk. Als we die moeten verhogen vanwege de zeespiegelstijging, kunnen we er toch net zo goed ook een osmose-energiecentrale bouwen?”

    Stadshavens
    Alle uitdagingen die met water te maken hebben, komen in het Rotterdamse samen. Van waterveiligheid en waterkwaliteit tot klimaatverandering. En dat in een gebied met een hoge ruimtedruk en een groot economisch belang.
    drijvendpaviljoen2
    De gemeente Rotterdam voert als lid van de Clinton Climate Initiative een ambitieus klimaatbeleid. Het doel is om Rotterdam enerzijds klaar te stomen voor een stijgende zeespiegel en toenemende neerslag, en anderzijds om de uitstoot van CO2 radicaal terug te dringen. Zo ligt het Drijvend Paviljoen pal naast de buitendijkse Stadshavens die grootschalig worden herontwikkeld. Tot 2040 ontstaat hier ruimte voor zo’n 13.000 klimaatbestendige woningen, waarvan 1200 op het water. Ook komen er kantoren, bedrijventerreinen en onderwijsinstellingen en is er veel aandacht voor het behoud van cultureel erfgoed.

    Duurzaam Project Uitgelicht: Masdar City

    masdar city

    Aan de rand van Abu Dhabi, de hoofdstad van de Verenigde Arabische Emiraten, verrijst de stad van de toekomst. Masdar City, zoals de stad heet, zal helemaal op groene energie draaien. CO2 en afval zijn er taboe.

    Masdar City wordt 30 kilometer ten oosten van Abu Dhabi gebouwd en moet vijftigduizend mensen gaan huisvesten. Het ontwerp werd getekend door het befaamde architectenbureau van de Brit Norman Foster. ‘Al Masdar’ betekent de bron. De stad mag enkel hernieuwbare energie gebruiken en moet volledig CO2-neutraal zijn. Doorgedreven recyclage moet de stad helemaal afvalvrij maken en het waterverbruik aanzienlijk verminderen. Een ondergronds transportsysteem moet de straten autovrij houden.
    Het Duitse Fraunhofer, gespecialiseerd in grootschalige ontwikkelingsprojecten, ondertekende vorige week een overeenkomst met de Abu Dhabi Future Energy Company. Beide gaan nauw samenwerken bij de stedenbouwkundige ontwikkeling van de stad. Zonne-energie zal daarbij een belangrijke rol spelen.

    Ambitieuze voorbeelden
    Fraunhofer beschikt onder meer over het befaamde Instituut voor Zonne-energiesystemen (ISE). “Om een snelle omschakeling van onze huidige energiebevoorrading naar een bevoorrading op basis van hernieuwbare energieën mogelijk te maken, hebben we ambitieuze voorbeelden nodig”, zegt ISE-directeur professor Eicke R. Weber.

    Masdar City werkt samen met gereputeerde organisaties en bedrijven van over de hele wereld. “We willen de ontwikkeling van innovatieve duurzame technologieën versnellen en die wereldwijd beschikbaar maken”, zegt sultan Al Jaber, ceo van het bedrijf dat begin dit jaar het contract van 1,6 miljard dollar binnenhaalde om Masdar City te bouwen. “Het is onze overtuiging dat wereldwijde samenwerking nodig is om dit doel te bereiken.”
    masdar_headquarters
    Positie behouden
    De Abu Dhabi Future Energy Company is eigendom van de Mubadala Company, de investeringsarm van de machthebbers van het emiraat. Abu Dhabi heeft de op twee na grootste olievoorraad ter wereld maar gaat toch op zoek naar alternatieven. In tegenstelling tot de meeste andere OPEC-leden ziet het emiraat hernieuwbare energiebronnen niet langer als een bedreiging.
    Tegen 2020 wil het emiraat 7 procent van zijn energie uit schone bronnen halen. Al Jaber ziet dat als een “natuurlijk evolutie”: Abu Dhabi moet zijn positie als grote energieleverancier van de wereld behouden. Vanuit die ambitie wil Abu Dhabi van Masdar City ook een belangrijk onderzoekscentrum voor duurzame ontwikkeling maken.

    Bron: Happynews.nl

    MVSA architect nieuwe duurzame Stadhuis Almelo

    stadhuis almelo 1Het architectenbureau Meyer en Van Schooten Architecten krijgt de opdracht voor het ontwerp van het nieuwe Stadhuis van Almelo in het hart van de stad aan de nieuwe havenkom. Dit maakte burgemeester en juryvoorzitter Hermans-Vloedbeld op vrijdag 12 februari 2010 bekend. “Het gebouw voegt zich in de omgeving, maar maakt zich daar toch van los als parel van de stad”, aldus de jury. De jury spreekt van een ontwerp dat open en transparant is en dat uitnodigt tot ontmoeting. Dit wordt onderstreept door de raadszaal, waar het publieke debat straks plaatsvindt op een zichtbare plek die uitsteekt boven het Centrumplein. De bouw van het Stadhuis start naar verwachting medio 2012.

    Twee gerenommeerde architectenbureaus waren in de race voor het ontwerp van het nieuwe Stadhuis; Kraaijvanger Urbis en Meyer en Van Schooten. De jury, onder voorzitterschap van burgemeester Hermans-Vloedbeld, maakte een afweging op basis van zeven criteria: integrale verschijningsvorm, stedenbouwkundig concept, architectonisch concept, openbaarheid, bouwtechniek, kosten en inwonerparticipatie. Het ontwerp van Meyer en Van Schooten sluit volgens de jury naadloos aan op de uitgangspunten van het Binnenstadsplan Almelo. De jury spreekt haar waardering uit voor de overgangen in bouwhoogten, net als de zorgvuldig vormgegeven aansluiting met de Wierdensestraat en de Kloosterhofflat. Bovendien legt de door Meyer en Van Schooten voorgestelde 3-laagse entree een sterke relatie tussen de publiekshal en het plein. Sterk is ook de uitstraling van de gevel door het gebruik van natuursteen en diverse pui-invullingen. Het gebouw heeft een duurzame uitstraling aldus de jury. Onder meer door de toepassing van groene balkons, sedemdaken en dakterrassen.
    stadhuis almelo 2
    Schetsontwerpen Meyer en Van Schooten Architecten. Het interieur met vloeiende lijnen en veel groen zorgt volgens de jury voor een plezierige omgeving

    Adviezen van inwoners
    De jury heeft bij haar oordeelsvorming uitvoerig stilgestaan bij het advies van de inwoners. In de periode van 22 januari tot en met zaterdag 6 februari werden de ontwerpen van Kraaijvanger Urbis en Meyer en Van Schooten Architecten tentoongesteld in de bibliotheek aan Het Baken. Op 25 januari 2010 presenteerden de architecten hun ontwerp in het Theaterhotel. Een deel van de bezoekers van de tentoonstelling vulde in deze periode een advieskaart in. Het ging daarbij om 653 ingevulde advieskaarten. Bij deze groep bestond een voorkeur voor het schetsontwerp van Kraaijvanger Urbis.
    stadhuis almelo 3<
    Beide architecten hebben de wensen van de deelnemers aan de inspiratiesessie op 5 november 2009 meer dan voldoende toegepast in hun ontwerp. Tijdens de inspiratiesessie konden inwoners de architecten voorafgaand aan de ontwerpfase ideeën meegeven.

    De prominente ligging en vormgeving van de raadszaal zorgt ervoor dat er vanaf de markt maximaal zicht is op de democratische processen die zich hier afspelen

    Kraaijvanger Urbis
    Het ontwerp van Kraaijvanger Urbis, dat niet de winnaar werd bij de jury, bevat sterke verwijzingen naar de stad, waaronder de publiekshal die refereert aan de Gravenal­lee. Dit aansprekende gegeven, met de gegolfde gevel en de aftrappende bouwhoogtes maakt het een gewaagd ontwerp. Volgens de jury maakt het ontwerp van Kraaijvanger Urbis tegelijkertijd niet alle stedenbouwkundige bedoelingen waar. De raadszaal van dit ontwerp, die als een kolos in de publiekshal hangt, is te sterk naar binnen gericht. Ook plaatst de jury een opmerking bij de tien-meter hoge glazen wand aan het Centrumplein. Die past minder bij de beoogde menselijke maat die Almelo voor ogen heeft bij het nieuwe Stadhuis. Ook worden vraagtekens geplaatst bij de materialisatie van de gevel met aluminium platen en de opvallende verschillen in architectuur tussen de voorgevels en de hofgevel. De zonwering noemt de jury innovatief maar roept tegelijkertijd vragen op ten aanzien van windbelasting en gevel- en glasreiniging.

    Jury
    De jury, onder voorzitterschap van burgemeester Hermans-Vloedbeld, bestond uit de wethouders Anthon Sjoers en Bert Kuiper, directieleden Gerald de Haan, Rob van Geffen en Jos Haarhuis, stedenbouwkundig supervisor Rein Geurtsen, gemeentelijke stedenbouwkundige Mart IJspeerd en Guus Geerdink, adviseur van Het Oversticht (een onafhankelijke organisatie die de Gemeente Almelo adviseert over de welstand). Het college van b en w, dat het advies van de jury heeft overgenomen, sluit een raamovereenkomst met Meyer en Van Schooten. Het bureau gaat het ontwerp nu uitwerken.

    Achterhoek maakt wijken in rap tempo duurzaam

    De regio Achterhoek maakt enkele wijken in rap tempo duurzaam en sloopt verouderde huizen. Vanaf 2009 werken zes corporaties en tientallen andere partijen samen in het kader van het Aanvalsplan Achterhoek.

    Aanleiding voor de samenwerking zijn de economische crisis en de bevolkingskrimp. De streek tussen Arnhem, Enschede en Duitsland herbergt veel bouwbedrijven, en zij zijn zeer gevoelig voor de crisis. Claus Martinot, voorzitter van het Achterhoekse Corporatie Overleg, verklaart dat iedereen zich verantwoordelijk en betrokken voelde om de problemen het hoofd te bieden. Arjan ter Bogt, directeur van Woningstichting Berth in `s-Heerenberg, wist dankzij overleg met de wethouder Ruimtelijke Ordening van de gemeente Montferland de sloop van 15 verouderde huizen te realiseren. Normaal duurt zo`n project jaren, maar ditmaal lukte het binnen zes maanden. Ter Bogten wethouder Ted Kok wonnen de publieksprijs De Groene Schop van de Regio Achterhoek.

    De juryprijs van De Groene Schop ging naar corporatie Wonion in Varsseveld en de gemeente Oude IJsselstreek. Het duo bouwde in hoog tempo 61 energieneutrale woningen en 28 energiezuinige appartementen. Bij de aanbesteding werden geen bestek en bouwtekeningen gepresenteerd.

    bron: www.mdweekly.nl

    IVBN: duurzaamheid is antwoord op leegstand

    1-bahrain-wtcDoorgaan of duurzaam? Dat is de vraag die de vastgoedsector zich moet stellen. Bij ongewijzigd beleid kent de Nederlandse kantorenmarkt in 2020 een leegstand van 14 mln m2 (tegen 8 mln m2 eind 2010). Bij duurzame herontwikkeling van kantoren kan de leegstand tot onder het niveau van 6 mln m2 worden teruggebracht, aldus Hans Copier (ING Real Estate) in zijn hoedanigheid van bestuurslid van de Vereniging van Institutionele Beleggers in het Vastgoed IVBN.

    Copier hield gisteren een speech op het PropertyNL Forum 2010 dat plaatsvond in het hoofdkantoor van ABN Amro in Amsterdam.
    Volgens Copier dreigt er bij ongewijzigd beleid in 2020 een voorraad van 54 mln m2 tegen 47 mln m2 eind dit jaar. Wanneer er een actieve strategie van duurzame herontwikkling van de voorraad wordt gevoerd, kan de voorraad beperkt blijven tot de huidige 47 mln m2.
    In zijn betoog pleitte Copier ervoor dat de belegger zijn keuze van de aanschaf van een object laat bepalen door het saldo van positieve en negatieve effecten op de duurzaamheid van de gehele gebouwenvoorraad.

    Bron: PropertyNL

    Regionale aanpak windenergie succesvol in Wieringermeer

    Minister Cramer van VROM, de provincie Noord-Holland en de gemeente Wieringermeer gaan voor meer windenergie in de Wieringermeer.
    Hiertoe ondertekenden ze maandag een intentieverklaring, waarin staat dat ze samen het windplan Wieringermeer opstellen en uitvoeren. Gedeputeerde Heller ziet kansen: “Niet alleen Wieringermeer maar de Kop van Noord-Holland als geheel biedt kansen voor windenergie op het gebied van productie, infrastructuur en kennis. De provincie wil deze uitdaging gezamenlijk oppakken. Zij coördineert een regionale aanpak en stelt hiervoor financiën, expertise en capaciteit beschikbaar.”
    wind
    Het Windplan Wieringermeer staat voor herstructurering en capaciteitsuitbreiding van windenergie. Meer energie met minder molens. De uiteindelijke omvang van het windplan hangt af van de beschikbare ruimte, de opgave en de ambitie. Streven is circa 200-400MW opgesteld vermogen, voldoende om 200.000 huishoudens te voorzien van stroom. Het windplan wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2010 vastgesteld door de gemeenteraad.

    Ervaringen delen
    De provincie wil de ervaringen die in de Wieringermeer met windenergie worden opgedaan, delen met gemeenten in de Kop van Noord-Holland. Deze regio is in de provinciale structuurvisie aangewezen als een van de zoekgebieden voor grootschalige windenergie. Minister Jacqueline Cramer (VROM), gedeputeerde Bart Heller (Noord-Holland), wethouder Peter Ruijter (Wieringermeer) en de gemeenten in de Kop van Noord-Holland hebben tijdens de ronde tafelbijeenkomst vandaag overlegd wat er moet gebeuren om meer windenergie in de Kop van Noord-Holland mogelijk te maken.

    Ambitie
    De provincie heeft stevige ambities als het gaat om het realiseren van meer windenergie: 500 MW opgesteld vermogen in 2012 en in de jaren daarna wil de provincie 1000 MW windenergie gerealiseerd hebben. De ambities van de provincie sluiten aan bij de kabinetsdoelstelling om windenergie deze kabinetsperiode te verdubbelen. Het Windplan Wieringermeer levert een grote bijdrage aan de ambities van Rijk en provincie om ook de komende tien jaar meer windenergie te realiseren. De windmolens in Nederland moeten in 2020 6000 megawatt aan energie opleveren.

    Draagvlak
    Noord-Holland streeft naar een regionale aanpak van windenergie, met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijk draagvlak. In de Wieringermeer bestaat een groot draagvlak voor windenergie. Uit een enquête, gehouden in oktober 2009, blijkt dat 71% van de bewoners in de Wieringermeer een herstructurering van windturbines in het landschap als positief beoordeelt

    Nieuwsbrief
    Sociale Media
    Volg duurzaam vastgoed op Twitter Volg duurzaam vastgoed op facebook Volg duurzaam vastgoed op facebook
    Experts
    Poll

    Subsidie op alle soorten energieopwekking dient afgeschaft worden

    Loading ... Loading ...