Posts Tagged ‘groen vastgoed’
Noord-Nederland koplopergebied duurzame nieuwbouw
Noord-Nederiand is door het ministerie van VROM/WWI aangewezen als koplopergebied voor duurzame nieuwbouw. Vanaf 1 juli 2010 geldt voor nieuwe woningen in alle gemeenten in Groningen, Fryslan en Drenthe een energleprestatiecoëfficient (EPC) van 0,5, De huidige EPC is 0,8, Naar verwachting wordt de AMvB waarin de EPC van 0,5 is geregeld in april 2010 in het Staatsblad gepubliceerd.
De aanwijzing tot koplopergebied is een belangrijke stap. Met de nieuwe EPC van 0,5 speelt het Noorden in op de groeiende vraag naar energiezuinige woningen. We maken ook een eerste stap op weg naar energieneutrale nieuwbouw. De afspraken daarover maakten de noordelijke provincies en gemeenten al eind 2007, Die afspraken werden in oktober 2007 vastgelegd in het Energieakkoord Noord-Nederiand en het 100,000 Woningenplan,
Nieuwe methodiek
Vanaf juli 2010 mogen wij in Noord-Nederiand werken met een nieuwe methodiek voor nieuwbouw: de voorloper EPG (Energieprestatie Gebouwen), Isolatiemaatregelen en de kierdichtheid wegen in de voorloper EPG meer dan in de huidige EPN-methodiek mee bij de berekening van de totale energieprestatie. De voordelen van bouwen volgens de nieuwe methodiek zijn:
De investeringskosten zijn lager dan bouwen volgens de huidige EPN-methodiek,
Er is een lagere warmte/energievraag door een goed geïsoleerde schil. Geen onderhoud of vervanging in de schil gedurende de levensduur van een huis, dus die investering kan uit Een goed en gezond binnenmilieu van de woning. De energieprestatie is relatief beter.
Toetsing en handhaving
Gemeenten toetsen vanaf 1 juli 2010 alle bouwaanvragen voor nieuwbouw aan de EPC van 0,5, Wij zetten er samen met de gemeenten op in dat toetsen en handhaven goed verloopt.
02-09-MB-HB-001
Woningbouwcorporaties
De corporaties en de provincies laten gezamenlijk een onafhankelijk bureau berekeningen maken van verschillende typen referentiewoningen met diverse energieprestatie-eisen. Het doel daarvan is om meer inzicht te krijgen in de kosten en baten als gevolg van de aangescherpte eis en de nieuwe methodiek. Onder de corporaties is er, mede door het ontbreken van deze informatie, op dit moment niet voldoende draagvlak voor de AMvB, Ondanks dit hebben we toch besloten om door te gaan met de aanscherping, We betreuren het ontbrekende draagvlak, maar zijn tegelijkertijd verheugd dat de corporaties zich coöperatief opstellen in het proces om tot overeenstemming te komen over uitgangspunten en de getallen. Dat proces zien de provincies dan ook met vertrouwen tegemoet
Informatiebijeenkomsten voorloper EPG
In april 2010 organiseren de provincies Fryslan, Groningen en Drenthe informatiebijeenkomsten over de voorloper EPG, U ontvangt in maart 2010 een uitnodiging
Fondsvermogen Triodos Vastgoedfonds daalt met 1,7%
Het totaal vermogen onder beheer van Triodos beleggingsfondsen is in 2009 met 31% toegenomen tot € 1,6 mrd. In nagenoeg alle beleggingssectoren is groei gerealiseerd. Alleen het fondsvermogen van Triodos Vastgoedfonds is in 2009 met 1,7% gedaald naar € 39,6 mln. Het resultaat over 2009 is € 3,2 mln negatief en het rendement op basis van herrekende intrinsieke waarde -8,2%.
Na herwaardering is het totaal belegd vermogen per 31 december 2009 € 81,6 mln. Triodos Vastgoedfonds is een samenwerking tussen Bouwfonds Real Estate Investment Management en Triodos Investment Management.
Het nettoresultaat van Triodos Bank nam met 6% af tot € 9,5 mln. De solvabiliteitsratio, de belangrijke graadmeter voor de financiële kracht van een bank kwam in 2009 uit op 16,3%. In 2008 was dit 13%. Het aantal klanten nam vorig jaar toe met 27% naar 242.000.
Bron: PropertyNL
Tien grootste Vastgoedfondsen zwijgen over CO2-doelstellingen
Vastgoedfondsen geven onvoldoende inzicht in hun inspanningen om energie te besparen en CO2-uitstoot terug te dringen. In vergelijking met andere sectoren bieden vastgoedfondsen weinig informatie over hun duurzame bedrijfsvoering in publiek beschikbare documenten. Zo blijkt uit een onderzoek onder de tien grootste vastgoedfondsen door de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) in opdracht van Agentschap NL.
De VBDO vertegenwoordigt beleggers die het belangrijk vinden dat bedrijven waarin zij beleggen, maatschappelijk verantwoord ondernemen. Openheid en transparantie over duurzame bedrijfsvoering speelt daarbij een belangrijke rol. “We spreken bedrijven aan op hun MVO-beleid: Hoe transparant ben je hierover en wat zijn je doelstellingen? Het is opvallend dat vastgoedfondsen weinig tot geen aandacht besteden aan energiebesparing en CO2-uitstoot, terwijl de gebouwde omgeving verantwoordelijk is voor 40% van de totale CO2-uitstoot in Nederland”, vertelt Giuseppe van der Helm, directeur van VBDO.
Gemiste kansen
“De uitkomsten van het onderzoek zijn niet bemoedigend. De mate waarin de fondsen open zijn over hun inspanningen op het gebied van duurzaamheid en MVO is eigenlijk onder de maat”, aldus Van der Helm. Vastgoedfondsen laten kansen liggen. Want wat blijkt uit het onderzoek? Ondanks de beperkte transparantie over hun rol op het gebied van duurzaamheid, blijkt uit de gesprekken met vastgoedfondsen dat zij veel actiever zijn op het gebied van CO2-reductie en energiebesparing dan terug te vinden is in de documenten. Een aantal fondsaanbieders geeft zelfs aan duurzaamheid te zien als een marktkans en een manier om zich te profileren.
- 8 van de 10 vastgoedfondsen besteden aandacht aan duurzaamheid in het algemeen;
- 6 van de 10 vastgoedfondsen besteden aandacht aan energiebesparing en CO2-reductie;
- 3 van de 10 vastgoedfondsen hebben doelstellingen op het gebied van energiebesparing en CO2-reductie;
- 1 van de 10 vastgoedfonds biedt kwantitatieve informatie aan op het gebied van energiebesparing en CO2-reductie.
Samen optrekken
Daarnaast geven de vastgoedfondsen aan verduurzaming van hun portefeuille niet alleen te kunnen oppakken. Ook eindgebruikers van vastgoed en beleggers in onroerend goed spelen een belangrijke rol in het slagen van de activiteiten op het gebied van CO2-reductie en energiebesparing. “Een aantal fondsen gaf aan zich in een spagaat te bevinden tussen huurder en belegger. Huurders willen zo min mogelijk betalen en beleggers willen een zo hoog mogelijk rendement”, legt Van der Helm uit. “Het lijkt erop dat de betrokken partijen de stappen naar verduurzaming op elkaar afschuiven.”
VBDO is van mening dat vastgoedfondsen de aangewezen partij zijn om de leiding in de verduurzamingsslag te nemen. “Voor vastgoedfondsen geldt immers, in tegenstelling tot huurders en beleggers, dat vastgoed ‘core-business’ is. Zij hebben de expertise en kennis in huis om zich op duurzaam vastgoed te richten,” aldus Van der Helm.
Over het onderzoek
VBDO voerde een quickscan uit naar de bijdrage van vastgoedfondsen aan CO2-reductie. Daarbij analyseerde de organisatie publiek beschikbare informatie, zoals jaarverslagen, websites en persberichten. Ook werden aandeelhoudersvergaderingen bezocht en vragen gesteld over duurzaamheidsambities van de fondsen. Daarnaast zijn verschillende gesprekken gevoerd met vastgoedfondsen.
Inrev: Investeerders willen terug naar de basis
Institutionele beleggers willen weer investeren in vastgoedfondsen die de kernwaarden van het vastgoed hooghouden. Onderzoek van de Inrev heeft aangetoond dat 70% van de institutionele beleggers dit soort fondsen nu prefereren tegen 38% in 2009. De ommezwaai gaat bijna geheel ten koste van de opportunity fondsen. De populariteit van dit soort fondsen is van 37% naar 3% gedaald.
De kernwaarden van het vastgoed gaan uit van lage risico/rendement verhoudingen.
Echter, fund of funds managers willen juist meer in opportunity fondsen investeren. Vorig jaar wilden 23% nog in dit soort fondsen investeren, nu is dat 43%.
Bron:PropertyNL
Regionale aanpak windenergie succesvol in Wieringermeer
Minister Cramer van VROM, de provincie Noord-Holland en de gemeente Wieringermeer gaan voor meer windenergie in de Wieringermeer.
Hiertoe ondertekenden ze maandag een intentieverklaring, waarin staat dat ze samen het windplan Wieringermeer opstellen en uitvoeren. Gedeputeerde Heller ziet kansen: “Niet alleen Wieringermeer maar de Kop van Noord-Holland als geheel biedt kansen voor windenergie op het gebied van productie, infrastructuur en kennis. De provincie wil deze uitdaging gezamenlijk oppakken. Zij coördineert een regionale aanpak en stelt hiervoor financiën, expertise en capaciteit beschikbaar.”

Het Windplan Wieringermeer staat voor herstructurering en capaciteitsuitbreiding van windenergie. Meer energie met minder molens. De uiteindelijke omvang van het windplan hangt af van de beschikbare ruimte, de opgave en de ambitie. Streven is circa 200-400MW opgesteld vermogen, voldoende om 200.000 huishoudens te voorzien van stroom. Het windplan wordt naar verwachting in het vierde kwartaal van 2010 vastgesteld door de gemeenteraad.
Ervaringen delen
De provincie wil de ervaringen die in de Wieringermeer met windenergie worden opgedaan, delen met gemeenten in de Kop van Noord-Holland. Deze regio is in de provinciale structuurvisie aangewezen als een van de zoekgebieden voor grootschalige windenergie. Minister Jacqueline Cramer (VROM), gedeputeerde Bart Heller (Noord-Holland), wethouder Peter Ruijter (Wieringermeer) en de gemeenten in de Kop van Noord-Holland hebben tijdens de ronde tafelbijeenkomst vandaag overlegd wat er moet gebeuren om meer windenergie in de Kop van Noord-Holland mogelijk te maken.
Ambitie
De provincie heeft stevige ambities als het gaat om het realiseren van meer windenergie: 500 MW opgesteld vermogen in 2012 en in de jaren daarna wil de provincie 1000 MW windenergie gerealiseerd hebben. De ambities van de provincie sluiten aan bij de kabinetsdoelstelling om windenergie deze kabinetsperiode te verdubbelen. Het Windplan Wieringermeer levert een grote bijdrage aan de ambities van Rijk en provincie om ook de komende tien jaar meer windenergie te realiseren. De windmolens in Nederland moeten in 2020 6000 megawatt aan energie opleveren.
Draagvlak
Noord-Holland streeft naar een regionale aanpak van windenergie, met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijk draagvlak. In de Wieringermeer bestaat een groot draagvlak voor windenergie. Uit een enquête, gehouden in oktober 2009, blijkt dat 71% van de bewoners in de Wieringermeer een herstructurering van windturbines in het landschap als positief beoordeelt
Hoofdkantoor Exact in Science Park Technopolis Delft opgeleverd
Na een bouwperiode van 16 maanden heeft Dura Vermeer het hoofdkantoor van Exact conform planning aan LSI project investment opgeleverd. Exact wordt een van de eerste nieuwe huurders van Science Park Technopolis langs de A13 in Delft. Het bedrijf verhuist van de Poortweg in Delft en betrekt in het voorjaar van 2010 definitief het nieuwe kantoor aan de Molengraaffsingel. Het gebouw heeft een totale oppervlakte van 10.875 m2 bvo.
Het nieuwe hoofdkantoor bestaat uit twee kantoorvleugels, die met elkaar verbonden zijn door een bijzonder middengedeelte waarachter een atrium gelegen is. Het glazen atrium is goed zichtbaar vanaf de snelweg en vormt het hart van het kantoor.
In december 2009 heeft het gebouw een Energielabel A ontvangen. De CO2 uitstoot van het gebouw wordt gereduceerd met ruim 30% ten opzichte van het bouwbesluit 2007.
Science Park Technopolis maakt deel uit van Science Port Holland, een initiatief van de TU Delft en de gemeenten Delft en Rotterdam. Technopolis grenst aan het terrein van de TU Delft. Naast diverse universiteitsgebouwen zijn er ook het Nederlands Meetinstituut en het instituut Deltares gevestigd.
LSI project investment heeft de nieuwe huisvesting van Exact in samenwerking met gebiedsontwikkelaars MAB Development en ING Real Estate ontwikkeld.
Bron: Propertynl
Koppel minstens een derde van de bonus aan duurzaamheidprestaties
De koppeling van duurzaamheidsprestaties aan remuneratie van ondernemingsbestuurders is mogelijk, zo blijkt uit de handleiding Sustainable Remuneration, in opdracht van de VBDO door de adviesbureaus Hay Group en DHV met ondersteuning van het Ministerie van Economische Zaken. De gids laat zien welke manieren er zijn om prestaties op het gebied van duurzaamheid te koppelen aan de bonus. Staatssecretaris van Economische Zaken Heemskerk neemt het eerste exemplaar van de handleiding op 18 januari 2010 tijdens het MVO nieuwjaarsevent in Rotterdam in ontvangst van de directeur van de VBDO, Giuseppe van der Helm.
Aanleiding voor het handleiding zijn de conclusies die de VBDO vorig jaar trok uit bezoeken aan de vijftig aandeelhoudersvergaderingen waarbij slechts 7 van de bezochte AEX-genoteerde bedrijven een deel van de variabele beloning aan niet-financiële, duurzaamheid gerelateerde criteria koppelden.
In een onderzoek uit 2006 van dezelfde partijen werd al duidelijk dat met name commissarissen een instrument om duurzaamheidsdoelstellingen te koppelen aan de remuneratie van bestuurders konden gebruiken. Die vraag is door de economische crisis en het nu veelbesproken bonussysteem sterker geworden. De handleiding geeft nu antwoord op de vraag hoe deze koppeling te leggen.
De handleiding is tot stand gekomen op basis van gesprekken met stakeholders en bestuurders en de ervaring van DHV, Hay Group en de VBDO. Het resultaat is een stappenplan om duurzaamheidprestaties vast te stellen en aan bonussen te koppelen. Daarbij komen vragen aan bod als: Waarom is het belangrijk om duurzaamheidsprestaties te linken aan remuneratie, hoe kunnen relevante duurzaamheid indicatoren geselecteerd worden en welke doelen worden bereikt. Ook een aantal praktijkvoorbeelden van AEX- en internationaal genoteerde bedrijven wordt aangehaald.

De handreiking is uitgevoerd door DHV en Hay Group in opdracht van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling. Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt met financiële steun van het Ministerie van Economische Zaken.
Directeur Giuseppe van der Helm, directeur van de VBDO stelt: “De VBDO is blij dat met deze handleiding die laat zien dat er geen enkele reden meer is om de bonussen niet afhankelijk te maken van het realiseren van duurzame doelstellingen. Wat de VBDO betreft dient minstens een derde van de bonus gebaseerd te zijn op duurzame criteria, en moet minstens 60% van de variabele beloning gericht zijn op de realisatie van lange termijn doelstellingen. We roepen alle beursgenoteerde ondernemingen op om deze richtlijnen nog in 2010 te implementeren.”
Edmond Logger (Hay Group) geeft aan dat de economische crisis veel ondernemingen aan het werk heeft gezet met betrekking tot een herijking van de bestuurdershonorering. “Winst en aandeelhouderswaarde zijn en blijven natuurlijk essentiële performance indicatoren, maar hier kun je niet uit afleiden wat de passie van de onderneming is. Remuneratie van de topbestuurders wordt steeds meer een vorm van marketing. Ondernemingen kunnen zich hiermee sterk profileren. De remuneratie verraadt waar de onderneming voor staat.” Volgens Rob van Tilburg (DHV) “bepaalt de mate van duurzaamheidontwikkeling binnen een bedrijf in belangrijke mate de soort indicatoren die bruikbaar zijn. Van Tilburg vervolgt: “Gevorderde bedrijven kunnen gebruik maken van prestatie indicatoren als CO2 – uitstoot of bijvoorbeeld het aantal punten in een duurzaamheidsindex. Beginnende bedrijven kunnen gestimuleerd worden door een bonus te zetten op het uitbrengen van een duurzaamheidrapport.”
Korte-termijnpolitiek hindert innovaties in Duurzaam Bouwen
Gebouwen en woningen zijn verantwoordelijk voor een derde van alle CO2-emissies in Nederland. Innovaties in duurzaam bouwen zijn daarom van belang om de uitstoot te reduceren. Vooral dankzij Philips presteert Nederland redelijk als het gaat om innovaties op dit gebied. Landen als Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Zweden zijn succesvoller, onder meer als gevolg van consistent uitgevoerd beleid. Het Nederlandse ‘knipperlichtbeleid’ over de afgelopen decennia, met veel kortlopende en wisselende instrumenten, is niet bevorderlijk voor innovatie.
Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het vandaag gepubliceerde CPB Document, Home green home – A case study of inducing energy-efficient innovations in the Dutch building sector. Tegelijkertijd verschijnt vandaag het CPB Discussion Paper Improving the energy efficiency of buildings: The impact of environmental policy on technological innovation, waarin voor Europese landen de effecten die energienormen, -prijzen en onderzoeksuitgaven hebben op innovaties in duurzaam bouwen, in kaart zijn gebracht.
Innovaties op het gebied van duurzaam bouwen…
Als maatstaf voor innovaties in duurzaam bouwen in Nederland is in deze studies gekozen voor het aantal patentaanvragen door Nederlandse bedrijven. Nederlandse bedrijven zijn goed voor vijf procent van alle aanvragen bij het Europese Octrooibureau op dit gebied sinds 1977. Daarmee bezet Nederland een keurige vijfde plaats op de Europese ranglijst.
Het aantal Nederlandse patentaanvragen in duurzaam bouwen is in de jaren negentig sterk toegenomen, vooral door innovaties op het gebied van energiebesparende verlichting, zoals spaarlampen en ledlampen. In de laatste twee decennia komt een derde van alle Nederlandse patenten in duurzaam bouwen voor rekening van innovaties in verlichtingstechnologieën. Dankzij Philips is Nederland op dat gebied met afstand de nummer één in Europa. Daarnaast doet Nederland het ook goed in de Hr-ketels- technologieën. Op andere terreinen, zoals isolatie, warmtepompen en zonne-energie, bevindt ons land zich echter in de Europese subtop. Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Zweden zijn succesvoller dan Nederland als gekeken wordt naar een breder spectrum van technologieën.
…zijn gebaat bij consistent beleid
Door strengere energienormen te hanteren, of door het verstrekken van subsidies voor duurzaam bouwen kan de overheid duurzame innovaties stimuleren. Kenmerkend voor het Nederlandse beleid in de afgelopen dertig jaar zijn het grote aantal kortlopende instrumenten en de vele herzieningen in het beleid. Zo zijn in de jaren negentig bijvoorbeeld veel subsidieprogramma’s ingevoerd voor een periode van drie tot vijf jaar. Ook na het jaar 2000 werden verschillende instrumenten weer herzien of stopgezet.
De complexiteit van en de wijzigingen in het beleid creëren onzekerheid. Deze onzekerheid heeft nadelige gevolgen voor het investeren in nieuwe technologieën. Hoewel veranderingen in beleid soms wenselijk kunnen zijn, gaan voortdurende wisselingen ten koste van innovatie. Opvallend is dat juist landen met een consistent en stabiel milieubeleid, zoals Oostenrijk, Denemarken en Duitsland, meer patentaanvragen in duurzame technologieën indienen dan landen waar het beleid minder stabiel is.
Planon presenteert Planon Green Intelligence oplossing voor gebouwen
Planon, wereldwijde leverancier van Integrated Workplace Management Solutions, presenteert deze week de nieuwe Planon Green Intelligence oplossing. Deze oplossing geeft Corporate Real Estate beheerders en Facility Managers alle tools die ze nodig hebben om het duurzaamheidsprofiel van de organisatie te bepalen en te monitoren. Vervolgens kunnen zij op basis van de uitkomsten actie ondernemen. Dit stelt hen in staat de duurzaamheidsdoelstellingen van de organisatie te bereiken en tegelijkertijd kosten te reduceren.
Volgens de Dutch Green Building Council zijn gebouwen in Nederland verantwoordelijk voor bijna 35 procent van de CO2-uitstoot, 40 procent van het energieverbruik en 13 procent van het waterverbruik van de totale nationale consumptie. Door het meten, rapporteren en beheren van energieverbruik te automatiseren ontstaat inzicht in de enorme potentie die Real Estate in zich heeft om Co2-emissie te reduceren en kosten te besparen.
Met Planon Green Intelligence zijn organisaties in staat:
Pierre Guelen, oprichter en CEO van Planon Groep: “De Planon Green Intelligence oplossing helpt managers door ze díe informatie te geven die ze nodig hebben om effectieve maatregelen te kunnen nemen ten aanzien van díe gebouwen en middelen die een aanzienlijke verbetering van het duurzaamheidsprofiel van de organisatie en bovendien een duidelijke kostenbesparing op gaan leveren.
Energy Valley maakt van Euroborg meest duurzame stadion van Europa
FC Groningen en platform Energy Valley zijn een uniek samenwerkingsverband aangegaan. Het Euroborgstadion wordt omgevormd tot het meest duurzame stadion van Europa, met aandacht voor onder andere energiebeheer.

FC Groningen directeur Hans Nijland: “Wij willen als club voorloper zijn in duurzame bedrijfsvoering, met een volledig ‘vergroend’ stadion.”
Voorts krijgt de Euroborg een sociëteit voor bedrijven op het gebied van energie. Ook zal een permanente tentoonstelling over duurzame energie worden samengesteld.
Het nieuws werd vanmiddag bekend gemaakt tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van Energy Valley, die alvast in de Euroborg werd gehouden.
Directeur Gerrit van Werven van het platform van bedrijven en instellingen op energiegebied meldde bij deze gelegenheid dat Energy Valley zich steeds meer ontwikkelt tot een balanceerplatform voor electriciteit: als bijvoorbeeld windmolens op zee wat minder electriciteit produceren, kunnen de centrales op het vasteland een tandje hoger draaien.
Voor molens op zee is volgens Energy Valley een fraaie toekomst weggelegd, onder andere door de aanwezigheid van zeehavens van waaruit de havens in het Nederlandse en Duitse deel van de Noordzee kunnen worden onderhouden.
Door de kredietcrisis moest vorig jaar een aantal projecten van Energy Valley op een laag pitje worden gezet: vergassing, biobrandstoffen en groene chemie. Veel andere investeringen gingen door. In totaal wordt de komende jaren in de noordelijke energiesector meer dan 22 miljard euro geïnvesteerd
bron: www.groningergezinsbode.nl
De gebouwde omgeving is goed voor circa 30% van de uitstoot van CO2. Het is daarom van belang dat duurzaamheid van vastgoed hoog op de agenda wordt geplaatst en dat alle duurzame maatregelen ook in de praktijk worden toegepast.
Bij Duurzaamheid behoren niet alleen duurzame oplossingen en maatregelen ook dient er rekening gehouden te worden met de economische levensduur, terug verdientijd en de technische levensduur.
verzenden...

