Posts Tagged ‘VBDO’
Tien grootste Vastgoedfondsen zwijgen over CO2-doelstellingen
Vastgoedfondsen geven onvoldoende inzicht in hun inspanningen om energie te besparen en CO2-uitstoot terug te dringen. In vergelijking met andere sectoren bieden vastgoedfondsen weinig informatie over hun duurzame bedrijfsvoering in publiek beschikbare documenten. Zo blijkt uit een onderzoek onder de tien grootste vastgoedfondsen door de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) in opdracht van Agentschap NL.
De VBDO vertegenwoordigt beleggers die het belangrijk vinden dat bedrijven waarin zij beleggen, maatschappelijk verantwoord ondernemen. Openheid en transparantie over duurzame bedrijfsvoering speelt daarbij een belangrijke rol. “We spreken bedrijven aan op hun MVO-beleid: Hoe transparant ben je hierover en wat zijn je doelstellingen? Het is opvallend dat vastgoedfondsen weinig tot geen aandacht besteden aan energiebesparing en CO2-uitstoot, terwijl de gebouwde omgeving verantwoordelijk is voor 40% van de totale CO2-uitstoot in Nederland”, vertelt Giuseppe van der Helm, directeur van VBDO.
Gemiste kansen
“De uitkomsten van het onderzoek zijn niet bemoedigend. De mate waarin de fondsen open zijn over hun inspanningen op het gebied van duurzaamheid en MVO is eigenlijk onder de maat”, aldus Van der Helm. Vastgoedfondsen laten kansen liggen. Want wat blijkt uit het onderzoek? Ondanks de beperkte transparantie over hun rol op het gebied van duurzaamheid, blijkt uit de gesprekken met vastgoedfondsen dat zij veel actiever zijn op het gebied van CO2-reductie en energiebesparing dan terug te vinden is in de documenten. Een aantal fondsaanbieders geeft zelfs aan duurzaamheid te zien als een marktkans en een manier om zich te profileren.
- 8 van de 10 vastgoedfondsen besteden aandacht aan duurzaamheid in het algemeen;
- 6 van de 10 vastgoedfondsen besteden aandacht aan energiebesparing en CO2-reductie;
- 3 van de 10 vastgoedfondsen hebben doelstellingen op het gebied van energiebesparing en CO2-reductie;
- 1 van de 10 vastgoedfonds biedt kwantitatieve informatie aan op het gebied van energiebesparing en CO2-reductie.
Samen optrekken
Daarnaast geven de vastgoedfondsen aan verduurzaming van hun portefeuille niet alleen te kunnen oppakken. Ook eindgebruikers van vastgoed en beleggers in onroerend goed spelen een belangrijke rol in het slagen van de activiteiten op het gebied van CO2-reductie en energiebesparing. “Een aantal fondsen gaf aan zich in een spagaat te bevinden tussen huurder en belegger. Huurders willen zo min mogelijk betalen en beleggers willen een zo hoog mogelijk rendement”, legt Van der Helm uit. “Het lijkt erop dat de betrokken partijen de stappen naar verduurzaming op elkaar afschuiven.”
VBDO is van mening dat vastgoedfondsen de aangewezen partij zijn om de leiding in de verduurzamingsslag te nemen. “Voor vastgoedfondsen geldt immers, in tegenstelling tot huurders en beleggers, dat vastgoed ‘core-business’ is. Zij hebben de expertise en kennis in huis om zich op duurzaam vastgoed te richten,” aldus Van der Helm.
Over het onderzoek
VBDO voerde een quickscan uit naar de bijdrage van vastgoedfondsen aan CO2-reductie. Daarbij analyseerde de organisatie publiek beschikbare informatie, zoals jaarverslagen, websites en persberichten. Ook werden aandeelhoudersvergaderingen bezocht en vragen gesteld over duurzaamheidsambities van de fondsen. Daarnaast zijn verschillende gesprekken gevoerd met vastgoedfondsen.
Koppel minstens een derde van de bonus aan duurzaamheidprestaties
De koppeling van duurzaamheidsprestaties aan remuneratie van ondernemingsbestuurders is mogelijk, zo blijkt uit de handleiding Sustainable Remuneration, in opdracht van de VBDO door de adviesbureaus Hay Group en DHV met ondersteuning van het Ministerie van Economische Zaken. De gids laat zien welke manieren er zijn om prestaties op het gebied van duurzaamheid te koppelen aan de bonus. Staatssecretaris van Economische Zaken Heemskerk neemt het eerste exemplaar van de handleiding op 18 januari 2010 tijdens het MVO nieuwjaarsevent in Rotterdam in ontvangst van de directeur van de VBDO, Giuseppe van der Helm.
Aanleiding voor het handleiding zijn de conclusies die de VBDO vorig jaar trok uit bezoeken aan de vijftig aandeelhoudersvergaderingen waarbij slechts 7 van de bezochte AEX-genoteerde bedrijven een deel van de variabele beloning aan niet-financiële, duurzaamheid gerelateerde criteria koppelden.
In een onderzoek uit 2006 van dezelfde partijen werd al duidelijk dat met name commissarissen een instrument om duurzaamheidsdoelstellingen te koppelen aan de remuneratie van bestuurders konden gebruiken. Die vraag is door de economische crisis en het nu veelbesproken bonussysteem sterker geworden. De handleiding geeft nu antwoord op de vraag hoe deze koppeling te leggen.
De handleiding is tot stand gekomen op basis van gesprekken met stakeholders en bestuurders en de ervaring van DHV, Hay Group en de VBDO. Het resultaat is een stappenplan om duurzaamheidprestaties vast te stellen en aan bonussen te koppelen. Daarbij komen vragen aan bod als: Waarom is het belangrijk om duurzaamheidsprestaties te linken aan remuneratie, hoe kunnen relevante duurzaamheid indicatoren geselecteerd worden en welke doelen worden bereikt. Ook een aantal praktijkvoorbeelden van AEX- en internationaal genoteerde bedrijven wordt aangehaald.

De handreiking is uitgevoerd door DHV en Hay Group in opdracht van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling. Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt met financiële steun van het Ministerie van Economische Zaken.
Directeur Giuseppe van der Helm, directeur van de VBDO stelt: “De VBDO is blij dat met deze handleiding die laat zien dat er geen enkele reden meer is om de bonussen niet afhankelijk te maken van het realiseren van duurzame doelstellingen. Wat de VBDO betreft dient minstens een derde van de bonus gebaseerd te zijn op duurzame criteria, en moet minstens 60% van de variabele beloning gericht zijn op de realisatie van lange termijn doelstellingen. We roepen alle beursgenoteerde ondernemingen op om deze richtlijnen nog in 2010 te implementeren.”
Edmond Logger (Hay Group) geeft aan dat de economische crisis veel ondernemingen aan het werk heeft gezet met betrekking tot een herijking van de bestuurdershonorering. “Winst en aandeelhouderswaarde zijn en blijven natuurlijk essentiële performance indicatoren, maar hier kun je niet uit afleiden wat de passie van de onderneming is. Remuneratie van de topbestuurders wordt steeds meer een vorm van marketing. Ondernemingen kunnen zich hiermee sterk profileren. De remuneratie verraadt waar de onderneming voor staat.” Volgens Rob van Tilburg (DHV) “bepaalt de mate van duurzaamheidontwikkeling binnen een bedrijf in belangrijke mate de soort indicatoren die bruikbaar zijn. Van Tilburg vervolgt: “Gevorderde bedrijven kunnen gebruik maken van prestatie indicatoren als CO2 – uitstoot of bijvoorbeeld het aantal punten in een duurzaamheidsindex. Beginnende bedrijven kunnen gestimuleerd worden door een bonus te zetten op het uitbrengen van een duurzaamheidrapport.”
De gebouwde omgeving is goed voor circa 30% van de uitstoot van CO2. Het is daarom van belang dat duurzaamheid van vastgoed hoog op de agenda wordt geplaatst en dat alle duurzame maatregelen ook in de praktijk worden toegepast.
Bij Duurzaamheid behoren niet alleen duurzame oplossingen en maatregelen ook dient er rekening gehouden te worden met de economische levensduur, terug verdientijd en de technische levensduur.
verzenden...

